Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Groefsnavelani
Groefsnavelani | Crotophaga sulcirostris
Groove-billed Ani | Garrapatero piquiestriado
De groefsnavelani is de ani van Aruba, Curaçao en Bonaire, waar hij de plaats inneemt van de kleine ani van de rest van het gebied. Het is een zwarte, langstaartige koekoek met een hoge, gegroefde snavel, die in kleine groepen door het droge struweel, de tuinen en de kunuku's trekt. Zoals alle ani's leeft hij in groepen die samen één nest gebruiken en de jongen gezamenlijk grootbrengen.
Geluid
Het gewone geluid is een vloeiend, tweelettergrepig tsjie-ho, waarvan de eerste lettergreep hoger is en de tweede omlaag zakt, vaak snel achter elkaar herhaald door de leden van een groep. Bij onrust een kort, scherp tsjek, waarop de hele groep in beweging komt. Daarnaast zacht geklok en gepruttel tussen de groepsleden bij het foerageren, vaak uit dichte begroeiing.
Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
32–34 cm, waarvan ongeveer de helft staart. Geheel zwart, bij goed licht met een paarse of groene glans op rug en vleugels en fijne schubtekening op kop en hals. De snavel is zwart, hoog en zijdelings samengedrukt, met een gelijkmatig gebogen bovenrand en drie of vier groeven aan de zijkant van de bovensnavel, die alleen van dichtbij te zien zijn. Het oog is donker. De vleugels zijn kort en rond; de staart is lang, bijna zo lang als het lichaam, los aangezet en wiegt bij het landen na. De vlucht is zwak en fladderend, met korte glijstukken. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer zwart en hebben een lagere, gladdere snavel waarop de groeven nog ontbreken.
Verwarringssoorten
De kleine ani Crotophaga ani wordt op de ABC-eilanden slechts zelden gemeld; hij heeft een hogere, gladde bult op de snavel die boven de kruinlijn uitsteekt, geen groeven, en roept een oplopend, jankend oe-liek. Jonge groefsnavelani's zonder groeven zijn het best op de roep te herkennen. De Caribische troepiaal Quiscalus lugubris, op de eilanden algemeen, heeft een licht oog, een dunne, spitse snavel en een V-vormige staart, en loopt kordaat over de grond. De glanskoevogel Molothrus bonariensis is kleiner, met een korte, kegelvormige snavel en een korte staart.
Leefgebied
Open en halfopen droog land: doorn- en cactusstruweel, droog bos, de kunuku's met hun hagen en erven, tuinen, parken en dorpsranden, en de randen van mangrove en zoutpannen. Foerageert in groepjes op en dicht bij de grond, op sprinkhanen en andere insecten, die soms opvliegen voor grazende geiten en ander vee; daarnaast spinnen, hagedissen, zaden en vruchten. Groepen zitten graag te zonnen op een open tak, met de vleugels half gespreid. Een groep bestaat uit één tot vijf broedparen, soms met helpers, die samen een territorium verdedigen en hun eieren in één gemeenschappelijk nest leggen, een kom van takjes in een dichte struik of boom. Alle groepsleden broeden de eieren uit en voeren de jongen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In het gebied op Aruba, Curaçao en Bonaire, waar hij een algemene standvogel is in het droge struweel en het cultuurland. Elders in het gebied hoogstens een zeldzame dwaalgast. Buiten het gebied van het zuiden van Texas via Mexico en Midden-Amerika tot in het noorden van Colombia en Venezuela, en langs de westkant van Zuid-Amerika via Ecuador tot in Peru; uit het noordelijkste deel van het verspreidingsgebied trekt de soort in de winter grotendeels weg.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Curaçao, Aruba en Bonaire in vrijwel elk stuk struweel en in de kunuku's, ook aan de rand van de bebouwing. Groepjes zitten vaak op een open tak of een hek te zonnen; het tweelettergrepige tsjie-ho is meestal het eerste teken van een groep. Bij het opvliegen vallen de korte, ronde vleugels en de lange, slap nawiegende staart op.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en past zich goed aan door de mens veranderd land aan. Op de ABC-eilanden is ze een vertrouwde verschijning in het cultuurland en de tuinen.
Wetenschappelijke naam
Crotophaga sulcirostris | Swainson, 1827
Swainson beschreef de soort in 1827 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Crotophaga werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Crotophaga is Grieks, van krotōn 'teek' en -phagos 'etend': 'tekeneter', omdat men dacht dat ani's vooral teken eten. sulcirostris is Latijn, van sulcus 'groef' en rostrum 'snavel', naar de groeven op de snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Temascaltepec, Mexico.




