Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Grote ani
Grote ani | Crotophaga major
Greater Ani | Garrapatero mayor
De grote ani is de grootste van de drie ani's in het gebied: een zwarte, langstaartige koekoek met een licht oog, die in luidruchtige groepen door de begroeiing langs het water trekt. Binnen het gebied is hij beperkt tot Trinidad, waar hij in de mangrove en de moerasbossen van de laagvlakte leeft. Zoals alle ani's broedt hij in groepen: meerdere paren bouwen samen één nest en brengen de jongen gezamenlijk groot.
Geluid
Luidruchtig. Groepen maken een borrelend en kakelend koor, dat aan het geklok van kalkoenen doet denken, met daarin een herhaald, hol kro-koro. Daarnaast grommende, sissende en zoemende geluiden, en een hard alarm wanneer een groep wordt verstoord. De geluiden dragen ver over het water en verraden een groep vaak eerder dan de vogels zelf.
Opname: Odirlei Vieira da Fonseca — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
45–48 cm, waarvan ongeveer de helft staart; het mannetje is gemiddeld iets groter en zwaarder dan het vrouwtje. Het verenkleed is geheel zwart met een sterke blauwe tot blauwgroene glans op kop, borst en vleugels; de veren van de mantel hebben bronsgroene randen, waardoor de rug bij goed licht geschubd lijkt. De iris is bij volwassen vogels wit tot geelwit, bij jonge vogels donker. De snavel is zwart, zeer hoog en zijdelings samengedrukt, met een hoge kam op de bovensnavel die tot op het voorhoofd doorloopt. De staart is lang, breed en afgerond en wordt vaak gespreid of opgewipt. De vlucht is zwaar, met enkele slagen afgewisseld door glijden, meestal laag over het water van struik naar struik. De seksen zijn gelijk van kleur.
Verwarringssoorten
De kleine ani Crotophaga ani is duidelijk kleiner, mist de blauwe glans, heeft een donker oog en een gladde, hoog gebulte snavel; hij leeft in open, droger land en is op Trinidad veel algemener. Het mannetje van de grote koevogel Molothrus oryzivorus is ook zwart met een glans, maar heeft een spitse, kegelvormige snavel, een veel kortere staart en een kraag van opzetbare nekveren. De Caribische troepiaal Quiscalus lugubris heeft eveneens een licht oog, maar is veel kleiner, met een dunne, spitse snavel en een V-vormige staart.
Leefgebied
Mangrove, moerasbos, oevers van rivieren, kreken en kanalen, en ander dicht struik- en bosgewas in de directe nabijheid van water in de laagvlakte. Groepen foerageren in de begroeiing en op de grond langs de waterkant, op grote insecten zoals sprinkhanen, daarnaast op andere ongewervelden, kleine hagedissen en kikkers en wat vruchten. Na het foerageren in natte begroeiing zitten de vogels vaak met gespreide vleugels in de zon te drogen. Het nest is een diepe kom van takjes, met bladeren bekleed, meestal twee tot vijf meter hoog in een boom of struik bij het water. Twee tot vijf paren gebruiken samen één nest; meerdere vrouwtjes leggen er hun blauwe eieren in en alle groepsleden broeden en voeren mee.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen vast op Trinidad, vooral in de mangrove en de moerassen van de laagvlakte, waaronder het Caroni- en het Nariva-moeras, en langs rivieren en kanalen in het binnenland. Op Tobago ontbreekt de soort. Ook van Aruba, Curaçao en Bonaire zijn waarnemingen gemeld, maar een gevestigde populatie is daar niet beschreven, en voor Curaçao geldt de soort op de Zuid-Amerikaanse referentielijst als niet bevestigd. Buiten het gebied in het tropische laagland van Zuid-Amerika, van Panama, Colombia en Venezuela via de Guyana's en het Amazonebekken tot in het noorden van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Een boottocht door het Caroni-moeras of een bezoek aan de rand van het Nariva-moeras biedt de beste kans; groepen zitten in de mangrove langs de kreken en vallen meestal eerst op door hun borrelende geluiden. Op zonnige ochtenden zitten ze vaak met gespreide vleugels op een open tak, waarbij het lichte oog van dichtbij te zien is.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied in Zuid-Amerika. Op Trinidad is ze afhankelijk van de mangrove en de moerassen van de laagvlakte; het behoud van gebieden als Caroni en Nariva is voor de populatie daar van belang.
Wetenschappelijke naam
Crotophaga major | Gmelin, 1788
Gmelin beschreef de soort in 1788 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Crotophaga werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Crotophaga is Grieks, van krotōn 'teek' en -phagos 'etend': 'tekeneter', omdat men dacht dat ani's vooral teken eten. major is Latijn voor 'groter', want het is de grootste ani. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.



