Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Hispaniola-amazone

Hispaniola-amazone | Amazona ventralis

Hispaniolan Amazon | Cotorra de La Española

De Hispaniola-amazone is de enige amazone van Hispaniola en daar endemisch. Hij was vroeger over het hele eiland algemeen, maar is door vangst, jacht en ontbossing sterk teruggedrongen en leeft nu vooral in de beschermde bosgebieden van de Dominicaanse Republiek. In Haïti is de soort zeldzaam geworden. Plaatselijk heet hij cotorra.

Hispaniola-amazone (Amazona ventralis)
Foto: Martingloor — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luidruchtig, vooral in de vlucht: een hard, schor kraa-kraa en kreeh, vaak herhaald, en allerlei krijsende en snaterende geluiden bij voedselbomen en op de slaapplaats.

Luister: RoepXC794475

Opname: Barry Edmonston — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

28–31 cm, gedrongen, met een korte, afgeronde staart. Groen, de veren met donkere randjes. Het voorhoofd en het gebied rond het oog zijn wit, de oorstreek is zwart, met wat blauw op kruin en wangen. Op de kin zit wat rood en op de buik een kastanjebruin vlak. De handpennen en de grote dekveren zijn blauw, de staart heeft rood aan de basis. De snavel is licht hoornkleurig. De seksen zijn gelijk. Vliegt met snelle, ondiepe slagen, in paren of groepen.

Verwarrings­soorten

De Hispaniolaparkiet Psittacara chloropterus is slanker en heeft een lange, spitse staart, geen wit voorhoofd en rode ondervleugeldekveren. De Cubaanse amazone Amazona leucocephala, die op Hispaniola niet voorkomt, heeft eveneens een wit voorhoofd, maar een rozerode keel en wangen en geen zwarte oorvlek. De Puerto Ricaanse amazone A. vittata heeft een smalle rode voorhoofdsband en geen wit voorhoofd.

Leefgebied

Vrijwel alle bostypen van zeeniveau tot in de bergen: droog en halfgroen loofbos, bergregenwoud en pijnbos, ook palmrijk open land, koffieplantages en akkers met verspreide bomen, waar de vogels maïs en vruchten eten en als plaag kunnen gelden. Broedt in boomholten, vaak in oude spechtenholen en dode palmen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Endemisch op Hispaniola. In de Dominicaanse Republiek het meest in de nationale parken, zoals Los Haitises, het Parque del Este, de Sierra de Bahoruco en de Cordillera Central; op een aantal plaatsen ook in en rond steden. In Haïti zeldzaam en sterk afgenomen, vooral nog in afgelegen bosgebieden. Op Puerto Rico worden af en toe ontsnapte kooivogels gezien.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Dominicaanse Republiek het beste in de vroege ochtend in Los Haitises, het Parque del Este of de Sierra de Bahoruco, waar groepen luid roepend tussen slaapplaats en voedselbomen vliegen. Een zittende vogel valt in het bladerdak pas op bij beweging; het witte voorhoofd is dan het beste kenmerk.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. De belangrijkste bedreigingen zijn het uithalen van jongen uit nesten voor de handel, waarbij nestholten vaak worden opengehakt en onbruikbaar raken, jacht, vervolging als plaag op akkers en het verlies van bos. Het aantal wordt op 10.000 tot 20.000 vogels geschat. De soort is grotendeels beperkt tot beschermde gebieden.

Wetenschappelijke naam

Amazona ventralis | (Müller, 1776)

Müller beschreef de soort in 1776 als Psittacus ventralis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Amazona werd in 1830 ingevoerd door Lesson. Amazona komt van 'Amazone', de Franse naam die Buffon aan diverse tropisch-Amerikaanse papegaaien gaf, omdat ze uit het Amazonegebied kwamen. ventralis is Latijn voor 'van de buik' (venter), naar de kastanjebruine vlek op de buik. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hispaniola (oorspronkelijk abusievelijk Martinique).