Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Hispaniolaspecht

Hispaniolaspecht | Melanerpes striatus

Hispaniolan Woodpecker | Carpintero de La Española

De Hispaniolaspecht is de enige grote specht van Hispaniola. Hij is luidruchtig en sociaal en broedt, ongewoon voor een specht, vaak in kolonies: in één boom kunnen tientallen paren nestholten hebben. Omdat hij cacao en ander fruit eet, wordt hij in de Dominicaanse Republiek als plaag beschouwd.

Hispaniolaspecht (Melanerpes striatus)
Foto: Aitor — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een gevarieerd repertoire: luide, rollende reeksen, keffende, piepende en nasale roepen, vaak door meerdere vogels tegelijk rond een nestboom. Roffelt maar zelden.

Luister: ZangXC213173

Opname: Albert Lastukhin & Max Lastukhin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

22–28 cm. Mantel en vleugels zijn dicht zwart en goudgeel gestreept en gebandeerd; de stuit is geelgroen en de bovenstaartdekveren zijn rood, de staart zwart. Het gezicht is grijsachtig met een licht oog, de bovenhals zwart-wit gestreept. Het mannetje heeft een rode kruin en nek, het vrouwtje een zwarte kruin en alleen een rode nek. Het mannetje heeft een duidelijk langere snavel dan het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De antillendwergspecht Nesoctites micromegas, de enige andere endemische specht van Hispaniola, is veel kleiner, olijfgroen en gestreept van onderen, zonder rood en zonder geel gebandeerde rug. De geelbuiksapspecht Sphyrapicus varius, een wintergast, is kleiner en heeft een witte vleugelstreep.

Leefgebied

Vrijwel alle landschappen met bomen: droog en vochtig loofbos, pijnbos, cactusstruweel, mangrove en moerasbos, palmbosjes, plantages, landbouwgebied met bomen en parken in de steden. Hij eet insecten en hun larven en veel vruchten en zaden. Mannetjes hakken en peuteren vaker in het hout, vrouwtjes zoeken meer langs dunne takken naar voedsel. Nestkolonies zitten vaak in dode palmen of andere grote bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Hispaniola, zowel in Haïti als in de Dominicaanse Republiek, van zeeniveau tot hoog in de bergen. Buiten Hispaniola komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel overal op Hispaniola, ook in Santo Domingo en in hotel- en stadsparken. Een kolonieboom met veel holten en heen en weer vliegende, roepende vogels valt al van afstand op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is zeer algemeen en profiteert van open, door de mens veranderd landschap; plaatselijk wordt ze vervolgd vanwege schade aan cacao en fruit.

Wetenschappelijke naam

Melanerpes striatus | (Müller, 1776)

Müller beschreef de soort in 1776 als Picas striatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melanerpes werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Melanerpes is Grieks, van melas 'zwart' en herpēs 'kruiper': 'zwarte kruiper'. striatus is Latijn voor 'gestreept', naar de fijn gestreepte rug. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hispaniola ('Santo Domingo').