Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen › Kokardezaagbek

Kokardezaagbek | Lophodytes cucullatus

Hooded Merganser | Serreta capuchona

De kokardezaagbek is een kleine zaagbek met een opzetbare, waaiervormige kuif. Hij broedt in bosrijk water in Noord-Amerika en overwintert in het zuiden van de Verenigde Staten en het noorden van Mexico. Op Cuba is hij een zeldzame wintergast, elders in het Caribisch gebied een dwaalgast. Op Cuba heet hij pato de cresta.

Kokardezaagbek (Lophodytes cucullatus)
Foto: Hobbyfotowiki — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter meestal stil. Het vrouwtje geeft een schor krrek; het mannetje laat in de balts een rollend, kikkerachtig geluid horen.

Luister: VluchtroepXC372597

Opname: Dan Lane — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–49 cm, slank, met een dunne, smalle snavel en een lange staart die vaak wat opgericht wordt. Het mannetje heeft een zwarte kop en rug, een grote witte vlek in de kuif die zwart omrand is en bij opgezette kuif een wit halfrond vormt, twee zwarte banden voor op de witte borst en roestbruine flanken; het oog is geel. Het vrouwtje en jonge vogels zijn grijsbruin, met een warm roestbruine, ruige kuif en een donkere bovensnavel met een gele tot oranje ondersnavel. In de vlucht is de vogel klein en snel, met een witte vlek op de armpennen.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de buffelkopeend Bucephala albeola heeft ook een grote witte vlek op de kop, maar witte flanken en een korte snavel. Het vrouwtje van de middelste zaagbek Mergus serrator is groter, grijzer, met een lange, rode snavel en een rafelige, minder brede kuif. De kleine, donkere bouw, de smalle snavel en de waaiervormige kuif onderscheiden de kokardezaagbek van alle eenden in het gebied.

Leefgebied

Zoetwatermeren, vijvers en waterbekkens met helder water, langzaam stromende rivieren en beschutte lagunes, soms met mangrove aan de rand. Duikt naar kleine vissen, kreeftachtigen en waterinsecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Cuba een zeldzame wintergast. Elders een dwaalgast; de meeste meldingen komen van de Bahama's, en verder zijn gevallen bekend van onder meer de Kaaimaneilanden, Guadeloupe en Puerto Rico, waar de soort als toevallige gast geldt. De meeste waarnemingen vallen in het noorden van het gebied. Buiten het gebied broedt de kokardezaagbek in het zuiden van Canada en het noorden en oosten van de Verenigde Staten en overwintert hij in het zuiden van de Verenigde Staten en het noorden van Mexico.

Hoe en wanneer kijken

Een kokardezaagbek in het gebied houdt zich vaak op aan de beschutte rand van een vijver of meer, tussen overhangende begroeiing, en duikt veel; vooral vrouwtjes worden daardoor vaak gemist.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een zeldzame wintergast en dwaalgast.

Wetenschappelijke naam

Lophodytes cucullatus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Mergus cucullatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lophodytes werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Lophodytes is Grieks, van lophos 'kuif' en dutēs 'duiker', naar de duikende eend met de opvallende kuif. cucullatus is Latijn voor 'gekapt', van cucullus 'kap', naar de witte kuif die het mannetje als een kap opzet. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Virginia en Carolina.