Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen › Amerikaanse knobbeleend

Amerikaanse knobbeleend | Sarkidiornis sylvicola

Comb Duck | Pato crestudo

De Amerikaanse knobbeleend is een grote, zwart-witte eend van de tropische moerassen van Zuid-Amerika; het mannetje draagt een grote, zwarte knobbel op de snavel. In het Caribisch gebied is hij een zeldzame dwaalgast op Trinidad, Aruba, Bonaire en Curaçao, die dicht bij het vasteland van Venezuela liggen.

Amerikaanse knobbeleend (Sarkidiornis sylvicola)
Foto: Thomaz de Carvalho Callado — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Grotendeels stil. Bij het nest en in de balts geeft hij zachte, schorre grommende en sissende geluiden.

Luister: VluchtroepXC257277

Opname: John V. Moore — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

56–76 cm; het mannetje is veel groter dan het vrouwtje. De kop en hals zijn wit met fijne zwarte spikkels, de onderzijde is wit. De bovendelen zijn glanzend zwart met een blauwe en groene glans; de flanken zijn bij het mannetje zwart, bij het vrouwtje middengrijs. Het mannetje heeft een grote, zwarte, platte knobbel op de snavel, die in de broedtijd het grootst is; het vrouwtje mist die. In de vlucht zijn de vleugels geheel donker en glanzend, zonder wit. Jonge vogels zijn bruiner en geschubd en kunnen op afstand op een rosse fluiteend lijken.

Verwarrings­soorten

De muskuseend Cairina moschata is eveneens zwart en heeft bij het mannetje een knobbel aan de snavelbasis, maar heeft een donkere kop en hals, een donkere onderzijde en grote witte vlekken op de voorvleugel. De zwartbuikfluiteend Dendrocygna autumnalis heeft een grijs gezicht, een rode snavel en een zwarte buik. De Afrikaanse en Aziatische knobbeleend Sarkidiornis melanotos, waarvan de Amerikaanse vorm tot voor kort als ondersoort werd gezien, komt in het gebied niet voor.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen, overstroomde savannes, meren en lagunes met open water en verspreide bomen, ook rijstvelden. Graast op het land en in ondiep water op zaden, grassen en waterplanten. Nestelt in boomholten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied als zeldzame dwaalgast bekend van Trinidad, Aruba, Bonaire en Curaçao. Buiten het gebied in tropisch en subtropisch Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot Paraguay en het noorden van Argentinië, met wisselende aantallen naargelang de regen.

Hoe en wanneer kijken

Een knobbeleend op Trinidad is het meest te verwachten in de zoetwatermoerassen en rijstvelden, tussen fluiteenden en andere watervogels.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een zeldzame dwaalgast.

Wetenschappelijke naam

Sarkidiornis sylvicola | Ihering & Ihering, 1907

Ihering & Ihering beschreef de soort in 1907 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sarkidiornis werd in 1838 ingevoerd door Eyton. Sarkidiornis komt van het Griekse sarkidion, 'stukje vlees', en ornis, 'vogel' — naar de vlezige knobbel op de snavel van het mannetje. sylvicola is Latijn voor 'bosbewoner', van silva 'bos' en -cola 'bewoner'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Iguape (São Paulo, Brazilië) en Buenos Aires, Argentinië.