Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Kortstaartdwergtiran

Kortstaartdwergtiran | Myiornis ecaudatus

Short-tailed Pygmy Tyrant | Tirano enano colicorto

De kortstaartdwergtiran geldt als de kleinste zangvogel ter wereld: een vogeltje van 6–7 cm en ongeveer 4–5 g, met een vrijwel ontbrekende staart. Op Trinidad is het een schaarse en weinig geziene bewoner van de kroon van laaglandbos. Door zijn formaat en zijn insectachtige geluiden wordt hij vaak over het hoofd gezien.

Kortstaartdwergtiran (Myiornis ecaudatus)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Geluiden die meer aan een insect of kikker doen denken dan aan een vogel: een zachte, snorrende triller en korte, piepende tonen die versnellen, en hoge, stijgende triet- of piet-tonen.

Luister: ZangXC1010400

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

6–7 cm, met een grote kop, een korte snavel en een zeer korte, grotendeels zwarte staart. De kop is donkergrijs met zwartachtige tekening; witte vlekken voor en rond het oog vormen een duidelijke bril. De rug is helder olijfgroen; de donkere vleugels hebben olijfgroene randen. De onderdelen zijn wit met een lichtgele zweem, vooral op de flanken en de buik. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Door het formaat en de vrijwel ontbrekende staart met geen andere vogel van het gebied te verwarren. De gevlekte schoffelsnavel Todirostrum maculatum is groter, heeft een lange, platte snavel, een gestreepte keel, een gele buik en een duidelijke staart. De witkeelbreedbektiran Platyrinchus mystaceus heeft een brede snavel, een bruinere kleur en leeft in de onderlaag, niet in de kroon. Kolibries hebben een lange, dunne snavel.

Leefgebied

Het bladerdak, de randen en open plekken van vochtig laaglandbos, ook nabij secundair bos en overgangsbos. Zoekt vooral in de kroon naar kleine insecten, die met korte vluchtjes van bladeren worden gepikt, en blijft daardoor vanaf de grond meestal uit het zicht.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een schaarse en lokale standvogel van bosgebieden, onder meer gemeld uit de Trinity Hills in het zuidoosten; niet op Tobago en elders in het gebied afwezig. Buiten het gebied in het noorden en midden van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela door de Guyana's en het Amazonegebied tot Bolivia en Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best op het gehoor op te sporen: de insectachtige triller uit de kroon is meestal het eerste teken. Een plek met zicht op het bladerdak, zoals een bosrand of open plek, geeft de beste kans om de vogel zelf te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied in Zuid-Amerika. Op Trinidad is ze schaars en gebonden aan bos, en daardoor gevoelig voor ontbossing.

Wetenschappelijke naam

Myiornis ecaudatus | (d'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye, 1837)

D'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye beschreef de soort in 1837 als T[odirostrum] ecaudatum; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiornis werd in 1901 ingevoerd door Bertoni. Myiornis is Grieks, van muia 'vlieg' en ornis 'vogel': 'vliegvogel', naar het piepkleine formaat. ecaudatus is Latijn voor 'staartloos', van e- 'zonder' en cauda 'staart', naar het uiterst korte staartje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Yuracarés, Bolivia.