Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Montserrattroepiaal
Montserrattroepiaal | Icterus oberi
Montserrat Oriole | Turpial de Montserrat
De Montserrattroepiaal is de nationale vogel van Montserrat en komt nergens anders voor. Het is de enige troepiaal van de Kleine Antillen met een duidelijk verschil tussen mannetje en vrouwtje. Bij de vulkaanuitbarstingen van de Soufrière Hills vanaf 1995 ging een groot deel van zijn leefgebied verloren.
Geluid
De zang is een luide, langzame reeks heldere fluittonen, met korte scherpe tonen en een sterk dalend tsieuw. De alarmroep is een hard, scherp tsjik of tsjak, vaak meermaals herhaald.
Opname: Barry Edmonston — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
20–22 cm, slank, met een lange staart en een spitse, licht gebogen snavel. Het mannetje heeft een zwarte kop, keel, bovenborst, rug, vleugels en staart en een geeloranje buik, flanken, stuit en schouder. Het vrouwtje is groengeel op kop en onderdelen en groenig olijf op de bovendelen, met groenbruine vleugels waarvan de pennen geel gezoomd zijn. Onvolwassen vogels lijken op het vrouwtje maar zijn doffer.
Verwarringssoorten
Het mannetje is op Montserrat met geen andere vogel te verwarren: de Caribische troepiaal Quiscalus lugubris en de glanskoevogel Molothrus bonariensis zijn geheel zwart. Het groengele vrouwtje kan aan een zanger doen denken, maar is veel groter, met een lange staart en een lange, spitse snavel. De Baltimoretroepiaal Icterus galbula is in de Kleine Antillen een dwaalgast en heeft witte vleugelstrepen.
Leefgebied
Vochtig tot nat altijdgroen bergbos, vooral tussen 250 en 900 m, soms lager tot ongeveer 100 m. Foerageert in de middelste laag en de kruinen op insecten, vaak in dichte begroeiing. Het nest is een mandje van plantenvezels dat het vrouwtje onder een groot blad weeft, op 1,5 tot 20 m hoogte; het legsel telt meestal twee of drie eieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Montserrat, in twee gebieden: de Centre Hills, waar het grootste deel van de populatie leeft, en de South Soufrière Hills. Buiten Montserrat komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De Centre Hills, met paden zoals het Oriole Walkway Trail, zijn de plek om de soort te zoeken. De zang en de harde alarmroep wijzen de weg; het vrouwtje valt in het groene bladerdak minder op dan het mannetje.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar. De populatie telt naar schatting ongeveer 460 volwassen vogels in een gebied van zo'n 48 km². Door de uitbarstingen van de Soufrière Hills verdween de helft of meer van het leefgebied, ook buiten de lavastromen door aslagen op het bos. De aantallen gelden nu als stabiel.
Wetenschappelijke naam
Icterus oberi | Lawrence, 1880
Lawrence beschreef de soort in 1880 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. oberi eert de Amerikaanse natuuronderzoeker Frederick Albion Ober (1849–1913), die de expeditie naar de Kleine Antillen leidde waarop het type werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Montserrat.

