Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Olijfkapzanger
Olijfkapzanger | Setophaga pityophila
Olive-capped Warbler | Reinita coroniverde
De olijfkapzanger is een kleine zanger die vrijwel uitsluitend in pijnbos leeft en alleen voorkomt in de dennenbossen van Cuba en de noordelijke Bahama's. Binnen dat beperkte gebied is hij plaatselijk algemeen.
Geluid
De zang is hoog, melodieus en fluitend, meestal een reeks van ongeveer acht snelle tonen. De roep is een kort tsip.
Opname: Nils Navarro — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
12,5–13 cm. Kruin olijfgeel, het gezicht leigrijs met een zwarte teugel en een smalle gele streep boven de teugel tot aan het oog. De bovendelen zijn leigrijs, met twee witte vleugelstrepen; de staart is grijs met witte buitenste pennen. Keel en borst zijn geel, de buik en onderstaart wit, met zwarte streepjes aan de zijkanten van de borst. Vrouwtjes zijn doffer. Jonge vogels zijn bruinig van kop en bovendelen, met onduidelijke vleugelstrepen en lichtere onderdelen.
Verwarringssoorten
De geelkeelzanger Setophaga dominica, een wintergast, heeft een zwart oorvlak, een witte wenkbrauwstreep en een witte halsvlek. De Bahamazanger Setophaga flavescens deelt op Abaco het pijnbos, maar is groter, met een zwart masker, een lange snavel en een gele buik. De dennenzanger Setophaga pinus, op de Bahama's in hetzelfde bos, is olijfgroen van boven en heeft geen olijfgele kap.
Leefgebied
Bijna uitsluitend pijnbos, van zeeniveau tot hoog in de bergen; soms in aangrenzend gemengd bos van dennen en loofbomen. Zoekt insecten in de naaldbundels, op takken en op de stammen, vaak hoog in de dennen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Op Cuba in het pijnbos van het westen (provincie Pinar del Río) en het oosten (Holguín, Santiago de Cuba en Guantánamo). Op de Bahama's op Grand Bahama, Great Abaco en Little Abaco. Buiten deze eilanden komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Cuba het pijnbos van de Sierra de los Órganos in Pinar del Río of de pijnbossen van Mayarí en Moa in het oosten; op de Bahama's het pijnbos van Abaco. Buiten pijnbos is de soort vrijwel nooit te vinden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is plaatselijk algemeen, maar door de binding aan pijnbos kwetsbaar voor houtkap, bosbranden en orkanen; de populatie neemt vermoedelijk af.
Wetenschappelijke naam
Setophaga pityophila | (Gundlach, 1855)
Gundlach beschreef de soort in 1855 als Sylvicola pityophila; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. pityophila is Grieks, van pitus 'den' en philos 'liefhebbend': 'dennenminnend', naar de dennenbossen waarin hij leeft. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba.
