Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Olijfkeelaratinga

Olijfkeelaratinga | Eupsittula nana

Olive-throated Parakeet | Perico pecho sucio

De olijfkeelaratinga is de enige inheemse parkiet van Jamaica, een groene parkiet met een olijfbruine keel en borst. De Jamaicaanse vogels behoren tot de nominaatvorm nana; de vormen op het Midden-Amerikaanse vasteland worden soms als aparte soort beschouwd. Op Hispaniola leeft een ingevoerde populatie van Jamaicaanse herkomst.

Olijfkeelaratinga (Eupsittula nana)
Foto: Daniel Pineda Vera — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, raspend krik-krik-krik-krik en een rauw krrieh krrie, vooral in de vlucht; groepen kwetteren aanhoudend in boomkruinen.

Luister: ZangXC1030183

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

22–26 cm, met een lange, puntige staart. Kop en bovendelen zijn donkergroen, de oorstreek en de stuit iets geliger. Rond het oog ligt een ring van kale witte huid. Keel en borst zijn olijfbruin, de buik olijfgroen. De slagpennen zijn van boven dofblauw, de ondervleugel is grijs. De staart is van onder geelachtig. Snavel bruinachtig hoornkleurig met een lichtere punt, iris geel tot oranje. De seksen zijn gelijk. Vliegt snel en recht, meestal in luidruchtige groepjes.

Verwarrings­soorten

De twee inheemse amazones van Jamaica, de geelsnavelamazone Amazona collaria en de zwartsnavelamazone A. agilis, zijn groter en gedrongener, met een korte, rechte staart. De ingevoerde groene muspapegaai Forpus passerinus is veel kleiner, met een korte staart. Op Hispaniola heeft de Hispaniolaparkiet Psittacara chloropterus geen olijfbruine borst, is hij groter en toont hij rood in de ondervleugel.

Leefgebied

Op Jamaica halfgroen en vochtig bos, droog kalksteenbos, bosranden, plantages en tuinen, van zeeniveau tot in de middelgebergten. Eet zaden, vruchten en bloemen, en richt soms schade aan in maïs- en fruitteelt. Broedt in holten in bomen of in termietennesten. Op Hispaniola droog en halfgroen bos in het zuidwesten.

Verspreiding en trek

Jamaica: standvogel over het hele eiland waar bos staat. Hispaniola: ingevoerd in de Dominicaanse Republiek, waar de vogels vooral in het zuidwesten, in de provincies Independencia en Pedernales, worden waargenomen; losse waarnemingen elders in het land. Buiten het gebied, in de ruimere opvatting, van Oost-Mexico tot Costa Rica.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Jamaica in de John Crow Mountains, de Blue Mountains en Cockpit Country, en in plattelandsgebieden met fruitbomen. In de Dominicaanse Republiek rond Puerto Escondido aan de voet van de Sierra de Bahoruco. De parkieten zijn het eerst te horen, meestal als ze in groepjes over het bos trekken.

Staat van instandhouding

De IUCN beschouwt de soort als bijna bedreigd. Op Jamaica neemt de populatie af door het verlies van bos en de bebouwing van de kust; de vogels worden ook als plaag in landbouwgewassen vervolgd en gevangen als kooivogel.

Wetenschappelijke naam

Eupsittula nana | (Vigors, 1830) (GBIF: Aratinga nana)

Vigors beschreef de soort in 1830 als Psittacara nana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Eupsittula werd in 1853 ingevoerd door Bonaparte. Eupsittula is Grieks eu 'goed, echt' plus nieuw-Latijn psittacula 'papegaaitje': 'echt parkietje'. nana is Latijn voor 'dwerg' (nanus), naar het kleine formaat. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.