Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Rode grutto
Rode grutto | Limosa haemastica
Hudsonian Godwit | Aguja café
De rode grutto broedt rond de Hudsonbaai en in Alaska en overwintert in het uiterste zuiden van Zuid-Amerika. In de herfst vliegt het grootste deel van de oostelijke populatie in één ruk over de Atlantische Oceaan, zodat in het Caribisch gebied alleen vogels terechtkomen die door weer of wind uit koers raken. Het is dan ook een schaarse doortrekker, het meest in het oosten en zuiden van het gebied.
Geluid
Buiten het broedgebied vrij stil. Bij het opvliegen een hoog toe-wit of kwid-wid.
Opname: Avery Bartels — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
37–42 cm, met een lange, licht opgewipte snavel die aan de basis roze of oranje is en naar de punt donker. In winterkleed effen grijs boven, lichter grijs op de borst en wit op de buik, met een korte witte wenkbrauwstreep voor het oog. In broedkleed, dat in augustus nog gedeeltelijk te zien kan zijn, zijn de onderdelen diep kastanjerood met donkere bandering; vrouwtjes zijn bleker. Jonge vogels zijn bruingrijs met lichte randen aan de veren. In vlucht vallen een smalle witte vleugelstreep, zwarte ondervleugeldekveren, een witte band over de stuit en een zwarte staart op.
Verwarringssoorten
De marmergrutto Limosa fedoa is groter en kaneelbruin, met kaneelrode ondervleugels en zonder vleugelstreep of witte stuit. De willet Tringa semipalmata heeft een kortere, rechte, donkere snavel en een veel bredere witte vleugelband. De grijze snippen Limnodromus zijn veel kleiner, met kortere poten en een witte wig op de rug.
Leefgebied
Ondiepe zoute lagunes en zoutpannen, wadplaten, waterbekkens, zuiveringsvijvers, rijstvelden en ondergelopen graslanden. Foerageert waadend, vaak tot aan de buik in het water, en peurt met de lange snavel in de bodem naar wormen, insectenlarven en kleine schelpdieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Schaarse herfstdoortrekker, het meest op de ABC-eilanden, Barbados, Guadeloupe, Trinidad en Puerto Rico; elders in de Kleine Antillen, op de Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden en de Bahama's zeldzaam en op Cuba, Jamaica en Hispaniola een dwaalgast. In het voorjaar zijn er nauwelijks waarnemingen, omdat de soort dan door het binnenland van Noord-Amerika noordwaarts trekt. Buiten het gebied broedt ze in Alaska en rond de Hudsonbaai en overwintert ze in Argentinië en Chili, met de grootste aantallen op Vuurland en Chiloé.
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoutpannen en zuiveringsvijvers op Curaçao, Bonaire en Aruba en de vijvers op Barbados zijn in september de beste plaatsen. Na tropische stormen of noordoostenwind kunnen enkele vogels plotseling opduiken en soms dagen blijven.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar volgens de IUCN. De wereldpopulatie concentreert zich op een klein aantal pleisterplaatsen en overwinteringsgebieden, wat de soort gevoelig maakt voor verstoring en verlies van leefgebied daar. Op Barbados is de soort wettelijk beschermd tegen de jacht.
Wetenschappelijke naam
Limosa haemastica | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Scolopax Haemastica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Limosa werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Limosa is Latijn voor 'modderig', van limus 'modder'. haemastica komt van het Griekse haimatikos, 'bloedrood' — naar de diep roodbruine onderdelen in het broedkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hudsonbaai, Canada.




