Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Roesttiran
Roesttiran | Myiophobus fasciatus
Bran-colored Flycatcher | Mosquerito pechirrayado
De roesttiran is een kleine, bruine tiran van struikgewas en ruig open terrein in Zuid-Amerika. In het Caribisch gebied komt hij alleen op Trinidad voor, waar de nominaatondersoort leeft. Hij leeft verscholen in laag struikgewas en valt vooral op door zijn roep.
Geluid
Een reeks heldere, gefloten tonen, als wie, wie, wie, meestal vanaf een lage, open zitplaats; daarnaast een zacht, oplopend wieep.
Opname: Mateus Gonçalves Santos — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
11–14 cm. Bovendelen warm roestbruin, de kruin met een deels verborgen geeloranje vlek, bij het vrouwtje kleiner. Dunne, witachtige oogring en een vage lichte teugel. Vleugels donkerbruin met twee duidelijke, bleek okerkleurige tot witachtige vleugelstrepen. Onderdelen vuilwit, borst en flanken met grijsbruine tot bruine streepjes, de buik soms gelig overwaasd. Snavel klein, de ondersnavel lichter. Het vrouwtje is iets minder gestreept dan het mannetje.
Verwarringssoorten
Eulers tiran Lathrotriccus euleri is olijfbruiner, mist de borststreping en leeft in het bos zelf. De vinktiran Cnemotriccus fuscatus is groter en egaler bruin, met een duidelijke lichte wenkbrauwstreep en een ongestreepte borst. Noord-Amerikaanse feetirannen van het geslacht Empidonax zijn olijfgroen tot grijzig en hebben geen roestbruine bovendelen en geen gestreepte borst.
Leefgebied
Struikgewas en ruig begroeid open terrein: verwilderde weilanden, savanneranden, struwelen langs moerassen en waterlopen, bosranden en open secundair bos, in het laagland. Foerageert laag in de begroeiing op insecten, die hij met korte vluchtjes van bladeren pakt. Het nest is een diepe kom van plantenvezels en spinrag in een vork van een tak, laag bij de grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op Trinidad; op Tobago niet vastgesteld. Buiten het gebied van Costa Rica en Panama over een groot deel van Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië; de zuidelijkste populaties trekken buiten de broedtijd naar het noorden.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Trinidad plaatselijk in ruig, open terrein met struiken, zoals savanneranden en verwilderde akkers in het laagland. Het beste is te letten op de herhaalde, gefloten roep in de vroege ochtend; de vogel zingt dan vaak vanaf een kale twijg net boven het struikgewas.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en komt ook voor in door de mens verstoord, ruig terrein.
Wetenschappelijke naam
Myiophobus fasciatus | (Müller, 1776)
Müller beschreef de soort in 1776 als Muscicapa fasciata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiophobus werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Myiophobus is Grieks, van muia 'vlieg' en phobos 'schrik, angst': 'vliegenschrik'. fasciatus is Laat-Latijn voor 'gebandeerd', van fascia 'band', naar de lichte vleugelstrepen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.



