Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Roodoogvireo
Roodoogvireo | Vireo olivaceus
Red-eyed Vireo | Vireo ojirrojo
De roodoogvireo is in het Caribisch gebied in twee gedaanten te zien. Noord-Amerikaanse broedvogels trekken in groten getale via Florida, Cuba en de westelijke eilanden naar hun wintergebied in het Amazonebekken. Op Trinidad en Tobago leven daarnaast zuidelijke standvogels. Die worden in de meeste recente indelingen tot een aparte soort gerekend, de chivivireo Vireo chivi; deze gids houdt ze, net als de kaart, bij de roodoogvireo.
Geluid
De zang bestaat uit korte, gefloten frasen die met korte pauzes eindeloos worden herhaald, iets als tsjoewiet... tsjiewie... tsjoewiet, ook midden op de dag. Op de trek in het gebied zingen de vogels weinig; dan is vooral een nasaal, dalend mjèh te horen.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
13–15 cm, slank, met een platte kop en een vrij lange, rechte snavel. Kruin grijs, aan weerszijden scherp afgezet met een zwarte lijn; daaronder een lange witte wenkbrauwstreep en een zwarte oogstreep. Bovendelen olijfgroen, zonder vleugelstrepen. Onderdelen wit, in de herfst vaak met een gele waas op flanken en onderstaartdekveren. Iris rood bij volwassen vogels, bruin bij eerstejaars. De zuidelijke vogels van Trinidad en Tobago hebben een minder scherp afgezette kruin en meer geel op de flanken; die van Tobago zijn forser en hebben een zwaardere snavel. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De baardvireo Vireo altiloquus, in het grootste deel van het gebied broedvogel, heeft een smalle donkere baardstreep en een bruiner getinte kruin met minder zwarte rand. De geelgroene vireo Vireo flavoviridis, een dwaalgast, is geelgroener van boven en heeft heldergele flanken en een vage koptekening. De Philadelphiavireo Vireo philadelphicus is kleiner, met een korte snavel en een gele keel. De brilvireo Vireo solitarius heeft een witte bril en vleugelstrepen.
Leefgebied
Op de trek in vrijwel alle bosachtige begroeiing: droog en halfgroen loofbos, kustbos, pijnbos en tuinen en parken met bomen. De standvogels van Trinidad en Tobago leven in bosranden, secundair bos, cacaoplantages en tuinen. Foerageert rustig in het bladerdak, waar hij bladeren afzoekt naar rupsen en andere insecten; eet in de herfst ook veel kleine vruchten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Algemene doortrekker op Cuba, de Kaaimaneilanden, Jamaica en de Bahama's, vooral van eind augustus tot oktober en minder in april en mei; schaarser op Hispaniola en zeldzaam op Puerto Rico, de Maagdeneilanden, de Kleine Antillen en de ABC-eilanden. Zuidelijke vormen zijn standvogel op Trinidad en op Tobago. Het Noord-Amerikaanse broedgebied reikt van Canada tot de Golfkust, het wintergebied ligt in het Amazonebekken.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Cuba en Grand Cayman zijn in september en oktober na een noordelijke wind soms veel trekkers tegelijk te zien in bosranden en tuinen. Op Trinidad en Tobago is de zang van de standvogels het hele broedseizoen te horen in bosranden. De zwartgerande grijze kruin en het ontbreken van een baardstreep onderscheiden hem van de baardvireo.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De Noord-Amerikaanse populatie is zeer groot en nam de afgelopen decennia toe. Trekkers sneuvelen tegen verlichte gebouwen en zendmasten.
Wetenschappelijke naam
Vireo olivaceus | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Muscicapa olivacea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Vireo werd door Latijnse schrijvers gebruikt voor een kleine, groene trekvogel, waarschijnlijk de wielewaal; ook de groenling is voorgesteld. olivaceus is Latijn voor 'olijfgroen', van oliva 'olijf', naar de groenige bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Yungas in Bolivia.






