Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Roodschoudertroepiaal

Roodschoudertroepiaal | Agelaius assimilis

Red-shouldered Blackbird | Mayito de ciénaga

De roodschoudertroepiaal is een Cubaanse moerasvogel die lange tijd als ondersoort van de epauletspreeuw Agelaius phoeniceus gold. Op grond van genetisch onderzoek, het afwijkende vrouwtjeskleed en de zang wordt hij nu als aparte soort behandeld. Op Cuba heet hij mayito de ciénaga.

Roodschoudertroepiaal (Agelaius assimilis)
Foto: Francesco Cecere — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zingt minder vaak dan de epauletspreeuw. Mannetje en vrouwtje hebben een vergelijkbare zang en zingen ook in duet, waarbij het mannetje meestal hoger zit dan het vrouwtje. Daarnaast korte, droge roepen.

Luister: RoepXC997516

Opname: FREDERIC Lionel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm; het mannetje is groter dan het vrouwtje. Het mannetje is glanzend zwart met een rode schoudervlek met een smalle gele rand, zoals bij de epauletspreeuw. Het vrouwtje is, anders dan bij de epauletspreeuw, geheel zwart, zonder strepen en zonder of met nauwelijks rood op de schouder. Jonge vogels zijn doffer en bruiniger zwart. De snavel is spits en zwart.

Verwarrings­soorten

De bruinboegtroepiaal Agelaius humeralis heeft een geelbruine schoudervlek, is iets kleiner en leeft in droger, open terrein. De Cubaanse zwarte troepiaal (totí) Ptiloxena atroviolacea heeft een violette glans en geen gekleurde schouder. De Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger is groter, met een geel oog en een lange, kielvormige staart. Het mannetje van de glanskoevogel Molothrus bonariensis heeft een purperen glans en een kortere, dikkere snavel; het vrouwtje van de koevogel is bruin, niet zwart.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen met zaaggras, lisdodde en riet, en de randen van rijstvelden en natte weilanden die eraan grenzen. Het is een standvogel die zich weinig van zijn broedgebied verwijdert. Hij eet insecten en zaden. Het nest hangt in de moerasvegetatie boven het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Cuba, in de moerassen van West-Cuba, met het schiereiland Zapata als belangrijkste gebied, en op Isla de la Juventud. Het totale verspreidingsgebied is klein, rond 4000 km². Buiten Cuba komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De bekendste plek is het moerasgebied van de Ciénaga de Zapata, waar hij in rietlanden en langs dijken en kanalen te vinden is. Vrouwtjes zijn het beste kenmerk ten opzichte van de epauletspreeuw: geheel zwart in plaats van bruin gestreept.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is klein, maar de populatie geldt als stabiel en er zijn geen ernstige bedreigingen bekend. Als moerasvogel is de soort wel afhankelijk van het behoud van de grote moerassen van West-Cuba.

Wetenschappelijke naam

Agelaius assimilis | Lembeye, 1850

Lembeye beschreef de soort in 1850 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Agelaius werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Agelaius is Grieks, van agelaios 'in kudden levend, gezellig', naar de vogels die in grote groepen foerageren en slapen. assimilis is Latijn voor 'gelijkend', naar de sterke gelijkenis met de epauletspreeuw (A. phoeniceus). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba.