Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Savannahgors

Savannahgors | Passerculus sandwichensis

Savannah Sparrow | Chingolo sabanero

De savannahgors is een kleine, gestreepte gors van open grasland en een van de talrijkste gorzen van Noord-Amerika. Noordelijke populaties trekken in de winter naar het zuiden van de Verenigde Staten, Midden-Amerika en de noordelijke Caribische eilanden. In het gebied is het de meest geziene Noord-Amerikaanse gors, vooral op de Bahama's en Cuba.

Savannahgors (Passerculus sandwichensis)
Foto: Mykola Swarnyk — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter vooral een dun, hoog tsip en een zwak tsiuw in vlucht. De zang, een reeks korte tjiptonen gevolgd door een zoemende triller en een lagere slotnoot, tsip-tsip-tsip-tsiiiii-tsaay, is in het gebied zelden te horen.

Luister: ZangXC1138977

Opname: Greg Irving — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–15 cm, met een korte, ingekeepte staart en een kleine, spitse snavel. De bovendelen zijn bruin met zwartachtige strepen. De kop heeft een smalle lichte kruinstreep, een wenkbrauwstreep die voor het oog vaak geel is, een donkere oogstreep en een donkere baardstreep langs de witte keel. Borst en flanken zijn wit met scherpe bruine tot zwartachtige strepen, die op het midden van de borst vaak samenvloeien tot een vlek; de buik is wit. De poten zijn roze. De seksen zijn gelijk; de mate van geel en de kleur van de strepen verschillen per ondersoort en per vogel.

Verwarrings­soorten

De sprinkhaangors Ammodramus savannarum heeft een plattere kop, een grotere snavel, een kortere staart en een ongestreepte, okerkleurige borst. Lincolns gors Melospiza lincolnii heeft een okerkleurige borstband met fijne strepen, een grijs gezicht en een smalle lichte oogring, en leeft meer in dichte begroeiing. De musgors Spizella passerina en de bleke gors Spizella pallida hebben ongestreepte onderdelen.

Leefgebied

Kort grasland, weiden, gazons en de grazige randen van vliegvelden, golfbanen en akkers, ook kortbegroeide duinen en grasvelden achter het strand. Loopt en rent tussen het gras, waar de vogel naar zaden en kleine insecten zoekt, en vliegt bij verstoring laag weg om verderop weer in te vallen of op een paaltje of struik te gaan zitten. Overwintert vaak in kleine, losse groepen.

Verspreiding en trek

Wintergast op de Bahama's, vooral de noordelijke eilanden (Grand Bahama, Abaco, New Providence), en op Cuba en de Kaaimaneilanden. Zeldzaam op de Turks- en Caicoseilanden, Jamaica en San Andrés; daarbuiten hooguit een dwaalgast. Broedt van Alaska en Canada tot het noorden en midden van de Verenigde Staten, met standvogels langs de Pacifische kust en in Mexico en Guatemala; overwintert van het zuiden van de Verenigde Staten tot Midden-Amerika.

  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest kansrijk in de grazige randen van vliegvelden, golfbanen en weiden op Grand Bahama, Abaco en New Providence, en in West-Cuba, van november tot maart. Vogels zitten vaak verscholen in het gras; bij het langslopen van de rand vliegen ze op en landen ze op een paaltje of laag struikje, waar de gele teugel en de gestreepte borst te zien zijn.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is talrijk en wijdverbreid, al zijn de aantallen in delen van Noord-Amerika afgenomen door verlies van grasland. In het Caribisch gebied een regelmatige wintergast in kleine aantallen.

Wetenschappelijke naam

Passerculus sandwichensis | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Emberiza sandwichensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Passerculus werd in 1838 ingevoerd door Bonaparte. Passerculus is Latijn voor 'musje', een verkleinwoord van passer 'mus'. sandwichensis verwijst naar Sandwich Sound in Alaska (genoemd naar de Earl of Sandwich), waar het eerste exemplaar tijdens Cooks derde reis werd verzameld; welke plek precies bedoeld is, verschilt per bron. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Unalaska, Alaska.