Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Sempers zanger
Sempers zanger | Leucopeza semperi
Semper's Warbler | Reinita de Semper
Sempers zanger is een grijze, langpotige zanger van de ondergroei van de bergbossen van Saint Lucia en de enige soort van het geslacht Leucopeza. Hij behoort tot de minst bekende vogels van het Caribisch gebied: de laatste zekere waarneming dateert van 1961, en latere meldingen zijn niet bevestigd. De soort is mogelijk uitgestorven, maar delen van het geschikte bos op het eiland zijn nooit grondig onderzocht. De naam eert John E. Semper, die het eerste exemplaar in 1876 aan Philip Sclater zond.
Van deze soort bestaat geen foto van een levende wilde vogel met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.
Geluid
De zang is nooit vastgelegd. Opgeschrikte vogels lieten een tsjoek-tik-tik-tsjoek en een snaterend geluid horen.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
Ongeveer 14,5 cm, met een lange, spitse, donkergrijze snavel en lange, bleke, geelachtige tot vleeskleurige poten. Volwassen vogels zijn donkergrijs van boven, met een lichte wenkbrauwstreep, en grijswit van onderen, met een olijfbruine waas op de flanken; vleugels en staart zijn bruinig. Eerstejaarsvogels zijn bruingrijs van boven en vaal geelbruin van onderen, met een wittere keel. Het jeugdkleed is niet beschreven.
Verwarringssoorten
De grijze sidderspotlijster Cinclocerthia gutturalis is veel groter, met een lange, gebogen snavel, een licht oog en de gewoonte om met de vleugels te trillen. De roodkeelsolitaire Myadestes genibarbis heeft een korte snavel en een roodbruine keel. Overwinterende noordse waterlijsters Parkesia noveboracensis en ovenvogels Seiurus aurocapilla zijn olijfbruin met strepen op de onderdelen. De lichte poten en de egaal grijze kleur zijn bij Sempers zanger de belangrijkste kenmerken.
Leefgebied
Ongestoorde ondergroei van lager gelegen bergregenwoud en elfenwoud, vooral op de bergrug Barre de l'Isle tussen Piton Flore en Piton Canaries. Foerageerde laag in de ondergroei en op de grond; mogelijk lag ook het nest op of vlak bij de grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Endemisch op Saint Lucia in de Kleine Antillen. Vrijwel alle historische waarnemingen komen uit het bergland in het midden van het eiland; een exemplaar werd in 1934 op de top van Piton Flore verzameld. Na de laatste zekere waarneming in 1961 volgden onbevestigde meldingen in 1965, 1989, 1995 en 2003.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Elke waarneming van een grijze, langpotige zanger in de ondergroei van de bergbossen van Saint Lucia is van groot belang en verdient een zo volledig mogelijke documentatie met foto's of geluidsopnamen, en een melding aan de natuurbeschermingsinstanties van het eiland.
Staat van instandhouding
Ernstig bedreigd, mogelijk uitgestorven. Als belangrijkste oorzaak van de achteruitgang wordt de mangoeste gezien, die in 1884 op Saint Lucia werd uitgezet tegen de fer-de-lance-slang en voor op of nabij de grond nestelende vogels funest is. Daarnaast verdween bos door landbouw en de aanleg van wegen. Omdat niet al het geschikte bos is onderzocht, kan een kleine populatie nog bestaan.
Wetenschappelijke naam
Leucopeza semperi | Sclater, 1876
Sclater beschreef de soort in 1876 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Leucopeza voerde hij in datzelfde werk in. Leucopeza is Grieks, van leukos 'wit' en peza 'voet', naar de bleke poten. semperi eert dominee John E. Semper, een op Saint Lucia wonende natuurliefhebber die het typespecimen aan Sclater stuurde (1876). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Saint Lucia.

