Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen › Smient
Smient | Mareca penelope
Eurasian Wigeon | Silbón europeo
De smient is een Euraziatische eend en in het Caribisch gebied een dwaalgast, geen inheemse soort. De vogels die hier opduiken komen vermoedelijk met groepen Amerikaanse smienten mee uit Noord-Amerika, waar de soort aan beide kusten in kleine aantallen overwintert, of zijn de oceaan overgestoken. Op Cuba heet hij pato eurasiático.
Geluid
Het mannetje laat een doordringend, tweetonig fluiten horen, wie-oe; het vrouwtje een schor, grommend krr. Het fluiten van een smient valt op tussen het driedelige fluiten van Amerikaanse smienten.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
42–52 cm, compact, met een ronde kop, een korte blauwgrijze snavel met zwarte punt en een spitse staart. Het mannetje heeft een kastanjebruine kop met een roomgele bles van snavel tot kruin, een rozige borst, een fijn gevermiculeerd grijs lichaam en een zwart achterlijf met een witte vlek ervoor. Het vrouwtje is roodbruin, met een effen kop. In de vlucht toont het mannetje een groot wit vlak op de voorvleugel; de okselveren zijn bij beide seksen grijs en gevlekt.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse smient Mareca americana is de enige soort waarmee hij verward kan worden en de soort waartussen hij meestal opduikt. Het mannetje daarvan heeft een witte kruin en een groene band achter het oog op een grijze kop, en kaneelkleurige flanken. Vrouwtjes lijken meer op elkaar: de smient heeft een warmer bruine kop zonder contrast met de borst, de Amerikaanse smient een grijzere kop. Het betrouwbaarste kenmerk in de vlucht zijn de okselveren: grijs bij de smient, helder wit bij de Amerikaanse smient. Hybriden tussen beide komen voor.
Leefgebied
Dezelfde plaatsen als de Amerikaanse smient: ondiepe zoetwatermeren, vijvers, moerassen en brakke lagunes, ook graslanden en gazons aan het water, waar smienten grazen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Een zeer zeldzame, toevallige gast; gevallen zijn bekend van Cuba, de Bahama's, Puerto Rico, Guadeloupe, Martinique, Barbados en Tobago, maar het aantal gevallen in het gebied is klein. Broedt in het noorden van Eurazië en overwintert in Europa, Noord-Afrika en Zuid-Azië; in Noord-Amerika een schaarse maar regelmatige wintergast langs beide kusten.
Hoe en wanneer kijken
Groepen Amerikaanse smienten zijn de plek om naar een smient te zoeken; een mannetje met een rossige kop valt daartussen het eerst op. Vrouwtjes en jonge vogels zijn alleen met goed zicht op kop en okselveren met zekerheid te determineren.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een dwaalgast zonder vaste aanwezigheid; er zijn geen aanwijzingen voor een trend.
Wetenschappelijke naam
Mareca penelope | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas Penelope; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mareca werd in 1824 ingevoerd door Stephens. Mareca gaat terug op het Portugese marreco, een woord voor een kleine eend. penelope verwijst naar de eend die volgens de Griekse overlevering Penelope redde toen zij in zee werd geworpen; haar naam komt van pene 'draad' en ops 'aanblik', naar de list met het weefsel waarmee zij haar vrijers afhield. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.


