Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Struikvireo

Struikvireo | Hylophilus flavipes

Scrub Greenlet | Verdillo matorralero

De struikvireo is een kleine, onopvallend gekleurde vireo van droog struikgewas en bosranden in het zuiden van Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika. In het Caribisch gebied leeft hij alleen op Tobago, als eigen ondersoort insularis. Op Trinidad, waar de verwante goudvoorhoofdvireo voorkomt, ontbreekt hij.

Struikvireo (Hylophilus flavipes)
Foto: Ken Butler — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang op Tobago is een muzikale reeks van vier tot meer dan twintig gelijke, heldere tonen op één toonhoogte, zoals tjiew-tjiew-tjiew-tjiew. Daarnaast een nasaal, scheldend njèh-njèh. Zingt vooral 's ochtends.

Luister: ZangXC1026345

Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, klein en slank, met een vrij lange, puntige snavel die van onderen licht is. De vogels van Tobago zijn grijzer dan die van het vasteland: kruin en bovendelen dof olijfgrijs tot olijfgroen, de kopzijden lichtgrijs zonder duidelijke tekening. Vleugels grijszwart met groenige randen, zonder vleugelstrepen. Keel en borst grijswit, de buik lichtgeel. De iris is licht, de poten zijn lichtroze tot geelachtig. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De roodoogvireo Vireo olivaceus, op Tobago broedvogel, is groter, met een grijze kruin, een witte wenkbrauwstreep met zwarte rand en een donkere oogstreep. Vrouwtjes van de gele zanger Setophaga aestiva en de mangrovezanger Setophaga petechia zijn geler, met een korte, spitse snavel en gele randen aan de vleugelveren. Op Tobago komt geen andere kleine vireo voor.

Leefgebied

Laag, dicht struikgewas, droog en halfgroen secundair bos, bosranden, kustbos en verwilderde percelen met struiken, vooral in het laagland. Foerageert in paren of kleine groepjes, vaak met andere soorten, in de onderste en middelste laag, waar hij takjes en bladeren afzoekt naar kleine insecten en spinnen.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Tobago, waar hij over het hele eiland in struikgewas en bosranden voorkomt. Buiten het gebied in Costa Rica, Panama, Colombia en Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Tobago te vinden in vrijwel elk stuk struikgewas en secundair bos, bijvoorbeeld langs wegen in het droge zuidwesten en op de hellingen rond het Main Ridge-bos. De reeks gelijke tonen is het beste aanknopingspunt; daarna verraadt de vogel zich door zijn beweging in de struiken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op Tobago algemeen, en de soort verdraagt verstoord, secundair struikgewas goed.

Wetenschappelijke naam

Hylophilus flavipes | de Lafresnaye, 1845

De Lafresnaye beschreef de soort in 1845 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Hylophilus werd in 1822 ingevoerd door Temminck. Hylophilus is Grieks, van hulē 'bos' en philos 'liefhebbend': 'bosminnaar'. flavipes is Latijn, van flavus 'geel' en pes 'voet', naar de lichte, geelachtige poten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogotá, Colombia.