Alle soorten › Scharrelaarachtigen › Motmots › Trinidadmotmot
Trinidadmotmot | Momotus bahamensis
Trinidad Motmot | Momoto de Trinidad
De Trinidadmotmot is de enige motmot van het gebied en komt alleen op Trinidad en Tobago voor. Hij werd lange tijd tot de blauwkruinmotmot Momotus momota gerekend, maar wordt nu als aparte soort behandeld. Hij zit lang stil op een tak in de schaduw en zwaait dan langzaam met de staart heen en weer als een slinger. Op Tobago is de soort talrijker dan op Trinidad en een van de bekendste bosvogels van het eiland.
Geluid
Een laag, hol hoot-hoot of coot-coot van twee tonen, de eerste korter en lager dan de tweede, dat aan een uil doet denken. Het meest te horen in de schemering.
Opname: Alvaro Jaramillo — CC BY-NC-SA 3.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 46 cm, waarvan een groot deel staart; een van de grootste motmots. De bovendelen zijn groen, de vleugels het lichtst. Op de kruin ligt een turkooisblauwe ring rond een zwart midden, die in de nek donkerblauw wordt. Een breed zwart masker loopt door het oog, omzoomd door blauw. Keel en borst zijn diep roodbruin, de buik roodbruin met een olijfgroene zweem. De twee lange middelste staartpennen hebben een kale schacht en een blauwzwarte racket aan het eind. De snavel is zwart, stevig en aan de randen gezaagd; de poten zijn grijs. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer en hebben nog geen rackets.
Verwarringssoorten
In het gebied geen andere motmot. Het groene rugkleed, het zwarte masker en de racketstaart zijn kenmerkend. Trogons hebben een korte, brede snavel, een rechte, afgeknotte staart zonder rackets en een rode of gele buik.
Leefgebied
Laaglandbos en vochtig bos, op Trinidad vooral in groenblijvend bos in het binnenland. Op Tobago ook in cacaoplantages, tuinen en weiden met grote bomen. Jaagt vanaf een lage zitplaats op grote insecten, spinnen, slakken en regenwormen, soms ook kleine hagedissen; slakkenhuizen worden op een steen stukgeslagen. Broedt in een hol in een aarden wal of de rand van een kuil, vaak een bestaand hol.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Trinidad en Tobago, op Tobago verspreid over het hele eiland, op Trinidad in de beboste delen. Buiten deze eilanden komt de soort niet voor; de verwante motmots van het vasteland ontbreken in het gebied.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Tobago vrijwel overal waar grote bomen staan, onder meer langs de bospaden van de Main Ridge en in tuinen; op Trinidad in bosgebieden van de Northern Range. De vogel zit vaak doodstil en wordt dan pas opgemerkt aan de zwaaiende staart of de lage roep in de schemering.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is klein, maar de soort is algemeen, vooral op Tobago, en past zich aan plantages, tuinen en half open land aan.
Wetenschappelijke naam
Momotus bahamensis | (Swainson, 1838)
Swainson beschreef de soort in 1838 als Prionites Bahamensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Momotus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Momotus komt van 'momot', een verbastering (Nieremberg, 1635) van een klanknabootsend Nahuatl-woord (Azteeks) voor een tropische vogel met een blauwe kap. bahamensis betekent 'van de Bahama's', een vergissing: het type kwam van Trinidad. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Trinidad (oorspronkelijk ten onrechte de Bahama's).




