Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Bandijsvogel

Bandijsvogel | Megaceryle alcyon

Belted Kingfisher | Martín gigante norteamericano

De bandijsvogel is de ijsvogel die in het grootste deel van het Caribisch gebied te zien is: een wintergast uit Noord-Amerika die van de Bahama's tot Trinidad en Tobago overwintert. Hij valt op door zijn ratelende roep en doordat hij boven het water bidt voordat hij duikt. In het grootste deel van het gebied is hij de enige ijsvogel.

Bandijsvogel (Megaceryle alcyon)
Foto: Andy Morffew from Itchen Abbas, Hampshire, UK — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, droge, ratelende reeks krrrrrrr, vooral in de vlucht en bij het opvliegen.

Luister: RoepXC1035995

Opname: Rory Nefdt — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

28–35 cm, met een grote, ruigkuifige kop en een lange, zware, zwarte snavel. Kop, rug en vleugels zijn blauwgrijs, met een witte vlek voor het oog en een brede witte halsband. Over de borst loopt een blauwgrijze band; de buik is wit. Het vrouwtje heeft daaronder een tweede, roodbruine band die doorloopt over de flanken; het mannetje mist die. Jonge vogels hebben een roestbruine zweem in de borstband. In de vlucht een witte vlek aan de basis van de handpennen.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse reuzenijsvogel Megaceryle torquata is groter en heeft een geheel roodbruine buik (mannetje) of een roodbruine buik onder een blauwgrijze borstband (vrouwtje); de witte onderbuik van de bandijsvogel ontbreekt. De groene ijsvogels Chloroceryle hebben een groene, geen blauwgrijze bovenkant en zijn kleiner.

Leefgebied

Vrijwel elk helder, rustig water met vis en zitplaatsen: kustlagunes, mangrove, ondiepe baaien en havens, meren, waterbekkens, rivieren en viskwekerijen. Zit op palen, draden, takken en rotsen boven het water, of bidt erboven, en duikt naar kleine vissen; neemt ook krabben en andere waterdieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Wintergast op de Bahama's, de Turks- en Caicoseilanden, Cuba, de Kaaimaneilanden, Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek), Puerto Rico, de Maagdeneilanden, de Kleine Antillen, de ABC-eilanden, San Andrés en Trinidad en Tobago; het talrijkst op de Grote Antillen en de Bahama's, schaarser naar het zuiden. Broedt niet in het gebied. Broedt in Noord-Amerika, van Alaska en Canada tot het zuiden van de Verenigde Staten, en overwintert tot in Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter bij vrijwel elke lagune, mangrovekust of haven; de ratelende roep verraadt de vogel vaak eerder dan hij gezien wordt. Bij een vogel in het zuiden van het gebied loont het om op de buikkleur te letten, om verwarring met de Amerikaanse reuzenijsvogel uit te sluiten.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. Algemene wintergast in het noorden van het gebied, schaarser in de Kleine Antillen en op Trinidad.

Wetenschappelijke naam

Megaceryle alcyon | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Alcedo Alcyon; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Megaceryle werd in 1848 ingevoerd door Kaup. Megaceryle combineert het Griekse megas 'groot' met de geslachtsnaam Ceryle, en onderscheidt zo de grote ijsvogels van de kleinere. alcyon is het Griekse halkuon, de ijsvogel uit de mythe van Alkyone, die in deze vogel werd veranderd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit South Carolina.