Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Amerikaanse reuzenijsvogel

Amerikaanse reuzenijsvogel | Megaceryle torquata

Ringed Kingfisher | Martín pescador grande

De Amerikaanse reuzenijsvogel is de grootste ijsvogel van het gebied. Hij leeft op Trinidad en, in een eigen ondersoort, op enkele bergachtige eilanden van de Kleine Antillen. Hij jaagt vanaf een hoge zitplaats boven rivieren en reservoirs en is vaak eerst aan zijn luide roep in de vlucht te herkennen.

Amerikaanse reuzenijsvogel (Megaceryle torquata)
Foto: Dario Sanches — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, hard klek of kek, vaak in de vlucht, en een ratelende reeks die lager en luider is dan die van de bandijsvogel.

Luister: ZangXC1063639

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–41 cm, groot en zwaargebouwd, met een ruige kuif en een zeer lange, zware snavel, donker met een lichtere basis. Kop, rug en vleugels zijn blauwgrijs, met een brede witte halsband en een witte keel. Bij het mannetje is de hele borst en buik roodbruin, de onderstaartdekveren wit. Het vrouwtje heeft een blauwgrijze borstband, daaronder een smalle witte band en dan een roodbruine buik. In de vlucht zijn de ondervleugeldekveren wit (mannetje) of roodbruin (vrouwtje). De vogels van de Kleine Antillen, de ondersoort Megaceryle torquata stictipennis, zijn van boven donkerder en hebben witte vlekjes op de armpennen.

Verwarrings­soorten

De bandijsvogel Megaceryle alcyon is kleiner en heeft altijd een witte buik: het mannetje alleen een blauwgrijze borstband, het vrouwtje daaronder een roodbruine band. De Amazone-ijsvogel Chloroceryle amazona is kleiner en van boven groen.

Leefgebied

Rivieren, beken, reservoirs, meren en viskwekerijen, ook mangrove en riviermondingen; op de Kleine Antillen vooral langs rivieren in beboste valleien en bij meren in het binnenland. Zit hoog boven het water op takken of draden en duikt naar vis, soms na een korte biddende vlucht. Broedt in een lange tunnel in een steile aarden oever.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad en, als Megaceryle torquata stictipennis, op Guadeloupe, Dominica en Martinique; op Martinique schaars. Op Tobago zeldzaam. Dwaalgast op Barbados, de ABC-eilanden en San Andrés. Op het vasteland van het zuiden van Texas en Mexico door Midden- en Zuid-Amerika tot Vuurland.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad bij reservoirs, rivieren en de Caroni-moerassen; op Dominica en Guadeloupe langs de grotere rivieren. Een vogel die met luide roep hoog over het water vliegt is vaak deze soort.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De populatie van de Kleine Antillen is klein en beperkt tot enkele eilanden.

Wetenschappelijke naam

Megaceryle torquata | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Alcedo torquata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Megaceryle werd in 1848 ingevoerd door Kaup. Megaceryle combineert het Griekse megas 'groot' met de geslachtsnaam Ceryle, en onderscheidt zo de grote ijsvogels van de kleinere. torquata is Latijn voor 'met een halsband', naar de witte kraag. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Martinique en Mexico.