Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Troepiaal

Troepiaal | Icterus icterus

Venezuelan Troupial | Turpial venezolano

De troepiaal is de grootste troepiaal van het gebied en de nationale vogel van Venezuela. Op de ABC-eilanden is hij een vertrouwde verschijning in tuinen en cactusstruweel, waar hij in het Papiaments trupial heet. Hij bouwt zelden een eigen nest, maar neemt nesten van andere vogels over, soms met geweld, waarbij eieren of jongen van de eigenaar worden opgegeten.

Troepiaal (Icterus icterus)
Foto: Bjørn Christian Tørrissen — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, heldere fluittoon in herhaalde reeksen, zoals troep-trieel, troep-trieel, vaak drie- of viertonig. Paren zingen in duet om het territorium te verdedigen. Ook een hard, nasaal tsjak.

Luister: ZangXC439382

Opname: Rosendo Fraga — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–27 cm, groot en fors, met een lange staart en een zware, spitse snavel. Kop, keel en bovenborst zijn zwart, met een rafelige rand van de bef op de borst. Nek, mantel, stuit en onderdelen zijn feloranje tot oranjegeel. De vleugels zijn zwart met een grote witte vlek over de dekveren en witte zomen aan de binnenste pennen; de staart is zwart. De iris is geel en rond het oog zit een vlek felblauwe naakte huid. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer.

Verwarrings­soorten

De gele troepiaal Icterus nigrogularis is kleiner en geel in plaats van oranje, met alleen een zwarte keel en teugel en zonder blauwe huid rond het oog. De Baltimoretroepiaal Icterus galbula is kleiner en heeft een zwarte rug in plaats van een oranje mantel, en de vleugel heeft witte strepen in plaats van een grote witte vlek. Op Puerto Rico is de Puerto Ricaanse troepiaal Icterus portoricensis grotendeels zwart met geel.

Leefgebied

Droog cactus- en doornstruweel, droog bos, kuststruweel, palmgaarden, parken en tuinen. Eet vooral vruchten, op de ABC-eilanden veel vruchten van zuilcactussen, en daarnaast insecten. Nestelt in overgenomen nesten van andere soorten, vaak in doornige struiken of cactussen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op Aruba, Curaçao en Bonaire, waar de ondersoort ridgwayi voorkomt. Ingevoerd en gevestigd op Puerto Rico, vooral in het droge zuidwesten maar zich uitbreidend naar het oosten en hoger gelegen delen, en op de Amerikaanse Maagdeneilanden. Op Trinidad zeldzaam; daar gaat het vermoedelijk deels om ontsnapte kooivogels. Buiten het gebied in het noordoosten van Colombia, het noorden van Venezuela en op Isla Margarita.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op de ABC-eilanden is de soort vrijwel overal in tuinen en cactusstruweel te zien, vaak op de top van een zuilcactus. Op Puerto Rico biedt het droge zuidwesten, zoals de omgeving van Guánica, de beste kansen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In Venezuela en Colombia wordt de soort gevangen voor de handel in kooivogels.

Wetenschappelijke naam

Icterus icterus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als O[riolus] icterus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. icterus is van het Grieks ikteros 'geelzucht', een gele vogel waarvan de aanblik volgens Plinius geelzucht genas. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana (aangenomen).