Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Gierzwaluwen › Witbandgierzwaluw

Witbandgierzwaluw | Chaetura spinicaudus

Band-rumped Swift | Vencejo lomibandeado

De witbandgierzwaluw is een kleine, donkere gierzwaluw van de laaglandbossen van het noorden van Zuid-Amerika. In het Caribisch gebied komt hij alleen op Trinidad voor, waar hij met de grijsstuitgierzwaluw en de kortstaartgierzwaluw een van de drie kleine Chaetura-soorten is. De smalle lichte band over de stuit is het belangrijkste kenmerk.

Witbandgierzwaluw (Chaetura spinicaudus)
Foto: Francesco Veronesi from Italy — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een kenmerkend tweelettergrepig psie-trr of rasperiger prrrie-trtr, daarnaast herhaalde hoge tonen, tsie-tsie-tsie.

Luister: VluchtroepXC821467

Opname: rudy gelis — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–12 cm, klein, met een korte stekelstaart en vleugels die in het midden verbreed en aan het eind wat gebogen zijn. Bovendelen zwartbruin, over de stuit een smalle, scherp afgegrensde witachtige band; de bovenstaartdekveren zijn weer donker. De onderdelen zijn donker, met een iets lichtere, grijsachtige keel. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De grijsstuitgierzwaluw Chaetura cinereiventris heeft een brede grijze stuit tot op de bovenstaartdekveren en duidelijk lichtere grijze onderdelen. De kortstaartgierzwaluw Chaetura brachyura heeft een nog kortere staart, een lichte stuit die doorloopt in een lichte onderstaart, en bruinere onderdelen. De Braziliaanse palmgierzwaluw Tachornis squamata is slanker, met een lange, puntige, gevorkte staart en lichte onderdelen.

Leefgebied

Boven de randen van laaglandregenwoud en vochtig bos, secundair bos, moerasbos en open, gekapt terrein in de buurt van bos, vooral in het laagland en de lagere heuvels. Jaagt in kleine groepjes op vliegende insecten. Op Trinidad broedt hij in holle bomen; verder is over de voortplanting weinig bekend.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen op Trinidad, vooral in het laagland en de uitlopers van het Noordelijk Gebergte; van Tobago niet bekend. Buiten het gebied in het oosten van Venezuela, de Guyana's en het noorden en midden van Brazilië, met een andere ondersoort van Panama tot het zuidwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Boven bosranden en open plekken in het laagland en de lagere valleien van Trinidad, bijvoorbeeld in de Arimavallei en bij moerasbossen in het oosten van het eiland. Gemengde groepjes kleine gierzwaluwen zijn het best tegen een donkere achtergrond van beboste hellingen te bekijken, waar de smalle witte stuitband goed afsteekt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en is op Trinidad vrij algemeen. Het verlies van oude bomen met holten kan plaatselijk de broedgelegenheid beperken.

Wetenschappelijke naam

Chaetura spinicaudus | (Temminck, 1839)

Temminck beschreef de soort in 1839 als Cypselus spinicaudus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chaetura werd in 1826 ingevoerd door Stephens. Chaetura is Grieks, van khaitē 'haar, borstel' en oura 'staart', naar de stekelige uitstekende schachten van de staartpennen. spinicaudus is Latijn, van spina 'stekel' en cauda 'staart', naar de stekelige schachtpunten van de staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.