Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Witkapnoddy

Witkapnoddy | Anous minutus

Black Noddy | Tiñosa negra

De witkapnoddy is een kleine, bijna zwarte noddy met een helderwitte kap. De Caribische ondersoort A. m. americanus broedt op eilandjes voor de kusten van Midden-Amerika en Venezuela, buiten het gebied van deze gids. Op de eilanden zelf is de soort een zeldzame gast; veel meldingen zijn onzeker door de gelijkenis met de veel algemenere noddy.

Witkapnoddy (Anous minutus)
Foto: Gregg Yan — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, ratelend krrr en kwetterende roepen, hoger en minder rauw dan die van de noddy; buiten de kolonie meestal stil.

Luister: RoepXC841103

Opname: Sreekar — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

35–37 cm, slank, roetzwart met een bruine zweem, en een helderwitte kap die scherp tegen de donkere teugel en nek afsteekt. Onder het oog een smalle witte halvemaan. De snavel is zwart, lang en dun, langer dan de kop. De staart is wigvormig en relatief kort, met een grijzige tint. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben een nog scherper afgetekende witte kap en lichte randen aan de bovendelen.

Verwarrings­soorten

De noddy Anous stolidus is groter, warmer bruin, met een kortere, dikkere snavel, een minder scherp begrensde, grijzige kruin, een lichtere ondervleugel en een langere staart. Een vogel tussen noddy's is te herkennen aan het kleinere formaat, de snellere vleugelslag en de witte kap. Jonge bonte sterns Onychoprion fuscatus hebben witte stippen op de bovendelen en een gevorkte staart.

Leefgebied

Open zee en kustwater, vaak samen met noddy's en sterns boven scholen vis. In het broedgebied nestelt de soort op struiken en bomen of op rotsrichels van kleine eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Zeldzaam en deels onzeker gemeld rond Aruba, Bonaire en Curaçao, rond Sint Vincent en de Grenadines en bij Puerto Rico, Guadeloupe, de Bahama's en Trinidad. Buiten het gebied broedt de ondersoort americanus op eilandjes in de westelijke en zuidelijke Caribische Zee; andere ondersoorten broeden in de tropische Atlantische Oceaan, onder meer op Sint-Helena, en wijdverspreid in de tropische Grote Oceaan.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Elke noddy in groepen boven open water is het controleren waard, vooral rond de ABC-eilanden. Formaat, snavellengte en de scherp begrensde witte kap moeten samen worden beoordeeld; een foto is bij een melding vrijwel onmisbaar.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot. Op de broedeilanden zijn ingevoerde ratten en verlies van nestbomen de belangrijkste bedreigingen. In het Caribisch gebied van deze gids een zeldzame gast zonder vaste aanwezigheid.

Wetenschappelijke naam

Anous minutus | Boie, 1844

Boie beschreef de soort in 1844 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Anous werd in 1826 ingevoerd door Stephens. Anous is Grieks voor 'dom, onnozel' — naar de tamheid waarmee noddy's zich door zeelieden lieten benaderen en vangen. minutus is Latijn voor 'klein', want hij is kleiner dan de Noddy (Anous stolidus). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Raine Island, Australië.