Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Witkinlijster

Witkinlijster | Turdus aurantius

White-chinned Thrush | Zorzal gorjiblanco

De witkinlijster is een van de twee endemische lijsters van Jamaica en daar een van de bekendste vogels van tuin en bosrand. Ze loopt met snelle huppen over gazons en wegen, blijft dan rechtop staan en heft de staart. In Jamaica heet ze hopping dick.

Witkinlijster (Turdus aurantius)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit herhaalde, wat eentonige fluitfrasen met pauzes, vaak in de schemering. Roepen zijn onder meer een scherp, hoog tsjiek, een droog p'p'p' en een reeks die als tsjiek-mie-tsjiek wordt weergegeven, waaraan de tweede lokale naam chick-me-chick ontleend is.

Luister: RoepXC795309

Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

24–26,5 cm, een forse, langstaartige lijster. Kruin, gezicht en nek zijn zwartachtig, de rest van de bovendelen donker leigrijs. Twee brede witte randen aan de binnenste grote dekveren vormen een kleine witte vleugelvlek. De onderdelen zijn middengrijs, met een witte kin en een lichtere buik. Snavel en poten zijn oranje, de iris is bruin. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn bruiner, met lichte vlekken op de bovendelen en een gevlekte borst.

Verwarrings­soorten

De witooglijster Turdus jamaicensis heeft een roodbruine kop, een witte iris, een donkere snavel en een witte band op de bovenborst, en leeft meer verborgen in bos. De roodkeelsolitaire Myadestes genibarbis is kleiner en slanker, met een kort snaveltje en een oranjerode keel. De Amerikaanse roodborstlijster Turdus migratorius heeft een roodoranje borst en is op Jamaica een dwaalgast.

Leefgebied

Vrijwel alle beboste en halfopen terreinen op Jamaica, van het laagland tot in de bergen: vochtig bos, bergregenwoud, het kalksteenbos van de Cockpit Country, koffieplantages, fruittuinen, parken en tuinen. Zoekt voedsel op de grond, vooral regenwormen, insecten en andere ongewervelden, en eet ook vruchten. Broedt van mei tot augustus, vaak met twee broedsels; het nest is een kom van gras en mos in een boom of tussen epifyten.

Verspreiding en trek

Alleen op Jamaica, over het hele eiland waar bomen staan, het talrijkst in de heuvels en bergen. De soort komt buiten Jamaica niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Jamaica geregeld te zien langs bergwegen, bijvoorbeeld in de Blue Mountains en bij Hardwar Gap, en in tuinen en parken van Kingston. Bij zonsopgang en in de schemering foerageren de vogels op open grond langs de weg.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is algemeen en past zich goed aan door de mens veranderd landschap aan, waaronder plantages en tuinen.

Wetenschappelijke naam

Turdus aurantius | Gmelin, 1789

Gmelin beschreef de soort in 1789 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. aurantius is Nieuwlatijn voor 'oranje', naar de oranje snavel en poten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de bergen van Jamaica.