Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen › Witwangfluiteend

Witwangfluiteend | Dendrocygna viduata

White-faced Whistling Duck | Suirirí Cariblanco

De witwangfluiteend is een fluiteend van Zuid-Amerika en Afrika ten zuiden van de Sahara, met een wit gezicht tegen een zwarte achterkop en hals. Binnen het gebied is hij gebonden aan Trinidad, waar kleine groepen in de moerassen en rijstvelden leven; elders in het gebied is hij een zeldzame dwaalgast. Zoals alle fluiteenden is hij luidruchtig en vaak ook 's nachts actief.

Witwangfluiteend (Dendrocygna viduata)
Foto: Josue Hermoza — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder, fluitend drieledig swie-swie-swieoe, in de vlucht en aan de grond, vaak ook 's nachts. Groepen roepen veel door elkaar.

Luister: VluchtroepXC1042904

Opname: Romuald Mikusek — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

38–48 cm, met de lange hals, lange poten en rechtopstaande houding van de fluiteenden. Voorhoofd, gezicht en keel zijn wit, achterkop en achterhals zwart. Halsbasis en borst zijn warm kastanjebruin, de flanken fijn zwart-wit gebandeerd, buik en onderstaart zwart. De rug is bruin met lichte veerranden. De snavel is zwartgrijs, de poten zijn blauwgrijs. In de vlucht zijn de vleugels egaal donker, zonder witte vleugelstreep. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een grijsbruin in plaats van wit gezicht en zijn doffer van kleur.

Verwarrings­soorten

De zwartbuikfluiteend Dendrocygna autumnalis heeft een rode snavel, een grijs gezicht en een brede witte vleugelstreep. De rosse fluiteend Dendrocygna bicolor is okerbruin, zonder wit gezicht en zonder zwarte buik, met roomwitte flankstrepen. De West-Indische fluiteend Dendrocygna arborea heeft zwart gevlekte witte flanken en geen wit gezicht. Jonge witwangfluiteenden met een donker gezicht zijn aan de gebandeerde flanken en de zwarte buik te herkennen.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen, overstroomde graslanden, rijstvelden en vijvers met ondiepe randen. Foerageert vooral in ondiep water op zaden, waterplanten en kleine ongewervelden, meestal in de schemering en 's nachts. Rust overdag in groepen op oevers en droogvallende slikken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad, waar de soort in kleine aantallen in de moerassen en rijstvelden van het westen en in de laaglanden voorkomt; de aantallen wisselen. Elders in het gebied een zeldzame dwaalgast, met waarnemingen onder meer van Aruba, Curaçao, Guadeloupe, de Amerikaanse Maagdeneilanden en Cuba. Buiten het gebied in het tropische deel van Zuid-Amerika, in Afrika ten zuiden van de Sahara en op Madagaskar.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad het best bij zoetwatermoerassen en rijstvelden in de laaglanden, vaak tussen andere fluiteenden. In de schemering verraden de fluitende roepen van overvliegende groepen de soort.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. Binnen het gebied is de populatie op Trinidad klein en afhankelijk van zoetwatermoerassen en rijstvelden, die onder druk staan van drooglegging en bebouwing. De soort wordt bejaagd.

Wetenschappelijke naam

Dendrocygna viduata | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Anas viduata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dendrocygna werd in 1837 ingevoerd door Swainson. Dendrocygna komt van het Griekse dendron, 'boom', en het Latijnse cygnus, 'zwaan' — 'boomzwaan', omdat sommige fluiteenden in bomen rusten of broeden. viduata is Latijn voor 'in de rouw, verweduwd' — naar de witte kop en het zwarte achterhoofd, die aan rouwkledij deden denken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cartagena, Colombia.