Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Zwarte buizerd

Zwarte buizerd | Buteogallus anthracinus

Common Black Hawk | Gavilán cangrejero

De zwarte buizerd is een gedrongen, breedvleugelige roofvogel van kusten, mangrove en rivieren, die zich vooral met krabben voedt. Binnen het gebied broedt hij op Trinidad en op Saint Vincent. De vogels op Cuba werden vroeger tot deze soort gerekend, maar gelden nu als aparte soort, de Cubaanse zwarte buizerd Buteogallus gundlachii.

Zwarte buizerd (Buteogallus anthracinus)
Foto: Fernando Flores from Caracas, Venezuela — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks hoge, fluitende tonen die in sterkte toenemen en weer afzwakken, spink-spiienk-spiienk-spink-spink, vaak in vlucht boven het territorium.

Luister: RoepXC1028526

Opname: Gean Carlo Valdés — CC0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

43–53 cm, met zeer brede vleugels en een korte staart. Volwassen vogels zijn dofzwart tot leigrijs. Snavel zwart, de snavelbasis, teugel en poten geel. De staart is zwart met één brede witte band halverwege en een smalle witte eindzoom. In vlucht is aan de onderkant een kleine witachtige vlek aan de basis van de buitenste handpennen te zien. Jonge vogels zijn donkerbruin van boven, met lichte vlekken, en geelbruin tot wit van onder met zware donkere strepen; ze hebben een lichte wenkbrauwstreep, een donkere baardstreep en een staart met vijf tot acht smalle donkere banden.

Verwarrings­soorten

De zwarte arendbuizerd Buteogallus urubitinga is groter, met langere poten en een langere staart; volwassen vogels hebben een witte staartbasis en een brede zwarte eindband, en geen lichte vlek aan de handpennen. De bandstaartbuizerd Buteo albonotatus is slanker, met smallere, tweekleurige ondervleugels en meerdere staartbanden, en vliegt met de vleugels in een V als een kalkoengier. Op Saint Vincent kunnen jonge vogels verward worden met de breedvleugelbuizerd Buteo platypterus, die kleiner en compacter is.

Leefgebied

Mangrove, estuaria, wadplaten, kustbos en de beboste oevers van rivieren en beken, op Saint Vincent ook beboste valleien in het binnenland. Jaagt vanaf een lage zitplaats of lopend op slik en oevers op krabben, vooral landkrabben, en verder op vis, kikkers, hagedissen, slangen, kleine zoogdieren, insecten en aas. Broedt in een groot takkennest in een boom, vaak in mangrove of langs water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad langs de kusten, in mangrove en langs rivieren, het algemeenst in het westen en zuiden; op Tobago zeldzaam. Op Saint Vincent een standvogel langs de kust en in beboste dalen. Op Saint Lucia en Grenada een zeldzame dwaalgast. Meldingen van Cuba betreffen de Cubaanse zwarte buizerd. Buiten het gebied van het zuidwesten van de Verenigde Staten door Mexico en Midden-Amerika tot in het noordwesten van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het Caroni-moeras en andere mangrovegebieden op Trinidad, waar vogels op takken boven de waterlijn of op slik naar krabben zoeken. In de lucht verraadt de fluitende roep een vogel lang voordat hij te zien is. Bij twijfel met de zwarte arendbuizerd is de staart beslissend: één witte band halverwege tegenover een witte basis met een zwarte eindband.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Mangrovekap, kustontwikkeling en verstoring van rivieroevers verkleinen plaatselijk het leefgebied. Op Saint Vincent is de populatie klein.

Wetenschappelijke naam

Buteogallus anthracinus | (Deppe, 1830)

Deppe beschreef de soort in 1830 als Falco anthracinus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteogallus werd in 1830 ingevoerd door Lesson. Buteogallus is Latijn, van buteo 'buizerd' en gallus 'haan, hoen'; de reden voor dat tweede deel is niet duidelijk. anthracinus is Latijn voor 'koolzwart', van het Griekse anthrax 'kool', naar het zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Veracruz, Mexico.