Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Zwartkuifmierklauwier

Zwartkuifmierklauwier | Sakesphorus canadensis

Black-crested Antshrike | Batará crestinegro

De zwartkuifmierklauwier is een middelgrote mierklauwier met een kenmerkende, vaak opgezette kuif, die in het gebied alleen op Trinidad leeft. Hij is een soort van mangrove, droog bos en struikrijk laagland, en is daar minder aan dicht bos gebonden dan de meeste verwanten.

Zwartkuifmierklauwier (Sakesphorus canadensis)
Foto: Feroze Omardeen — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks van 10 tot 15 tonen, eerst vlak en klagend, daarna stijgend en snel versnellend. Daarnaast een samengeknepen, dalende roep, herhaalde korte tsjup-tonen en een ratel die met een lange, heldere toon begint.

Luister: ZangXC984601

Opname: João Capurucho — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm, met een spitse kuif en een zware, gehaakte snavel. Het mannetje heeft een zwarte kop met kuif, een zwarte keel en een zwart midden van de borst; de bovendelen zijn kaneelbruin. Vleugels en staart zijn zwart met witte randen aan de veren en witte staartpunten. De zijkanten van de borst en de buik zijn grijswit, de flanken donkerder grijs. Het vrouwtje heeft een roodbruine kuif, een grijsachtig gezicht met fijne lichte streepjes en een kaneelkleurige nek; de rug is kaneelbruin, de keel witachtig, de borst kaneelkleurig met zwartachtige streepjes en de buik okerwit.

Verwarrings­soorten

De gebandeerde mierklauwier Thamnophilus doliatus heeft een gele iris; het mannetje is geheel zwart-wit gebandeerd, het vrouwtje roodbruin met een ongestreepte, okerkleurige borst. De grote mierklauwier Taraba major is veel groter, met een rode iris en een zuiver witte onderkant.

Leefgebied

Mangrove, droog loofbos en savannebos, kustbos en struikrijke randen van moerasbos, in de onderste en middelste laag. Foerageert in paren op insecten en andere ongewervelden, die van takken en bladeren gepikt worden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een standvogel van de laaglanden, vooral in en rond mangrove, zoals in de Caroni Swamp, en in struikrijk bos in het noordoosten en midden van het eiland; op Tobago afwezig. Buiten het gebied in het noorden van Colombia, Venezuela, de Guyana's en het noorden van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad in de mangrove van de Caroni Swamp en in het struikgewas rond de voormalige luchtmachtbasis van Wallerfield, waar ook de gebandeerde mierklauwier voorkomt. De vogels reageren vaak op elkaars zang en zijn dan aan de rand van de begroeiing te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en verdraagt secundaire begroeiing; op Trinidad is ze afhankelijk van mangrove en ander laaglandbos, dat plaatselijk onder druk staat.

Wetenschappelijke naam

Sakesphorus canadensis | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Lanius canadensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sakesphorus werd in 1918 ingevoerd door Chubb. Sakesphorus is Grieks, van sakesphoros 'schilddragend' (sakos 'schild', -phoros 'dragend'). canadensis betekent 'van Canada', een vergissing in de oorspronkelijke beschrijving; de soort komt in noordelijk Zuid-Amerika voor. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana (oorspronkelijk abusievelijk 'Canada').