Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Zwartoormargrietje

Zwartoormargrietje | Pionus menstruus

Blue-headed Parrot | Loro cabeciazul

Het zwartoormargrietje is een middelgrote, gedrongen papegaai met een korte staart en een blauwe kop. In het gebied komt hij alleen op Trinidad voor, waar hij in en langs het bos algemeen is. Kenmerkend is de vlucht met diepe slagen, waarbij de vleugels ver onder het lichaam doorgaan.

Zwartoormargrietje (Pionus menstruus)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hoge, piepende roepen als swienk, vooral in de vlucht en vaak in herhaalde reeksen. Vergeleken met de amazones een betrekkelijk stille soort.

Luister: VluchtroepXC1174768

Opname: Paul Molina Abril — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

27–28 cm. Het lichaam is groen, kop, hals en bovenborst zijn blauw, met een zwarte vlek over de oorstreek. De onderstaartdekveren zijn rood, de vleugeldekveren met wat geelachtig groen. De snavel is zwart met rood aan de basis van de bovensnavel. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben veel minder blauw op de kop, die grotendeels groen is, en rode veertjes rond de washuid; het volwassen kleed is na acht maanden tot twee jaar bereikt.

Verwarrings­soorten

De oranjevleugelamazone Amazona amazonica is groter, met geel op wang en kruin, blauw boven het oog en oranje in de vleugel; de geelvoorhoofdamazone A. ochrocephala heeft een geel voorhoofd. Beide amazones vliegen met ondiepe slagen. Jonge zwartoormargrietjes zijn groener, maar te herkennen aan de rode onderstaart, de korte staart en de vlucht. De maïsparkiet Eupsittula pertinax heeft een lange, spitse staart.

Leefgebied

Vochtig bos, laaglandregenwoud en bergbos, bosranden en half-open land met grote bomen, cacao- en koffieplantages en tuinen met vruchtbomen. Eet vruchten, zaden en graan. Slaapt in groepen in palmen en andere bomen. Broedt in boomholtes; het vrouwtje broedt 3–5 eieren in ongeveer 26 dagen uit, en de jongen vliegen na zo'n 70 dagen uit.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een standvogel, het talrijkst in de Northern Range, maar ook in de bossen in het oosten en zuiden van het eiland. Op Tobago en de andere eilanden ontbreekt de soort; een enkele melding van Jamaica betreft vermoedelijk een ontsnapte vogel. Buiten het gebied van Costa Rica door het noorden van Zuid-Amerika tot Bolivia en Brazilië, met een afzonderlijke populatie langs de Atlantische kust van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Arimavallei en elders in de Northern Range, waar paren en groepjes 's ochtends en 's avonds tussen slaap- en foerageerplaatsen over het bos vliegen. Een vliegende vogel is al van ver aan de diepe vleugelslag en de piepende roep te herkennen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverbreid en verdraagt de omzetting van bos in plantages en half-open land tot op zekere hoogte.

Wetenschappelijke naam

Pionus menstruus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Psittacus menstruus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pionus werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Pionus is Grieks, van piōn, pionos 'vet', naar de gedrongen bouw. menstruus is Latijn voor 'maandelijks, van de menstruatie', wat hier 'bloedrood' betekent, naar de rode onderstaartdekveren. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname.