Alle soorten › Zangvogels › IJsgorzen en sneeuwgorzen
IJsgorzen en sneeuwgorzen | Calcariidae
Longspurs and snow buntings | Escribanos nivales y lapones
De naam van de familie zit in de achterteen: de nagel is lang en vrijwel recht, vaak langer dan de teen zelf, en hoort bij vogels die lopend op vlakke, boomloze grond leven. Het zijn gedrongen zaadeters met een korte kegelsnavel, lange spitse vleugels en een snelle, lage vlucht, die lopen in plaats van huppelen. De familie is klein en broedt in het noorden, op de toendra en op de prairies van het binnenland. In Mexico zijn de soorten van deze gids alleen wintergast in het noorden: Calcarius ornatus en Rhynchophanes mccownii overwinteren in korte graslanden en droge vlakten, vooral in Chihuahua en aangrenzende staten, terwijl de ijsgors er als zeldzame wintergast voorkomt; verder naar het zuiden ontbreekt de familie. Buiten de broedtijd zwerven ze in troepen die laag over het gras jagen en opeens neerstrijken. Zomer- en winterkleed lopen sterk uiteen: het scherp getekende mannetje van juni is in de winter een bruin gestreepte vogel, en zo worden ze hier ook gezien. In het broedgebied komt de zang uit een korte zangvlucht, en het nest staat op de grond in een pol. De groep wordt sinds omstreeks 2010 in een eigen familie geplaatst, los van de echte gorzen.
Inheemse soorten 3 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Rhynchophanes 1 soort







