Alle soorten › Scharrelaarachtigen
Scharrelaarachtigen | Coraciiformes
Kingfishers, bee-eaters and rollers | Coraciiformes
Kleurrijke vogels met een grote kop, korte poten en een naar verhouding zware snavel; veel van het kleurenspel berust niet op pigment maar op de bouw van de veer, zodat het met de lichtval verandert. De poot is syndactyl: de derde en de vierde teen zijn over een deel van hun lengte vergroeid, waardoor de voet vooral een klem is om mee te zitten en nauwelijks bruikbaar om mee te lopen. Ze jagen vanaf een vaste uitkijkpost, wachten, vallen uit en keren terug, en slaan grotere prooi tegen de zitplaats dood voor ze hem doorslikken. Allemaal broeden ze in het donker, in een zelfgegraven gang in een oever, een steilwand of de wand van een cenote, zonder nestmateriaal, op ronde witte eieren, met jongen die naakt uit het ei komen. In Mexico en Midden-Amerika bestaat de orde uit twee families. De ijsvogels zijn er met zes soorten, van de kleine groene ijsvogel tot de grote ringijsvogel, die met hun rechte dolksnavel vooral vis vangen. De motmots zijn een familie van de Amerikaanse tropen, met een fijn gezaagde snavelrand en bij de meeste soorten twee verlengde middelste staartpennen met een kaal stuk schacht en een racketvormig uiteinde, die als een slinger heen en weer worden gezwaaid.
Families in deze orde
- Motmots | Momotidae10 soortenEen kleine familie van tropisch Amerika die in Mexico en Midden-Amerika haar grootste verscheidenheid bereikt: de gids telt tien soorten in zes geslachten, van droog loofbos en struweel tot vochtig laagland- en bergbos. Motmots zijn verwant aan ijsvogels en bijeneters, met een grote kop, korte poten met deels vergroeide tenen en een stevige, iets gebogen snavel met fijn gekartelde randen. Het verenkleed is groen en kaneelbruin met blauw of turkoois op kop en vleugels, vaak met een zwarte borstvlek. Bij de meeste soorten eindigen de twee lange middelste staartpennen in een raketvormig vlagje: de baarden net daarboven zitten los en vallen bij het poetsen en door slijtage uit, zodat een kaal stuk schacht overblijft. Bij onrust zwaait de vogel de staart als een slinger heen en weer, wat roofdieren lijkt te tonen dat ze gezien zijn. Ze zitten lang stil in de schaduw en vallen dan uit naar grote insecten, spinnen, kleine hagedissen en kikkers, en eten ook vruchten. De stem is een diep, hol, vaak tweelettergrepig gehoot, het meest in de schemering. Het nest ligt aan het eind van een zelf gegraven gang in een aarden wal of de rand van een kuil, met drie of vier witte eieren.
- IJsvogels | Alcedinidae6 soortenCompact gebouwde vogels met een grote kop, een lange rechte dolkvormige snavel, een zeer korte staart en kleine syndactyle voeten waarop nauwelijks gelopen wordt. Ze vissen vanaf een tak boven het water of biddend vanuit stilhangende vlucht: de vogel stort zich er kopgroot in, grijpt de vis dwars, slaat hem op de zitplaats suf en slikt hem met de kop naar voren door; graten en schubben komen als braakballen terug. De vlucht is snel, laag en kaarsrecht boven het water, met snorrende vleugelslag. Het nest is een onbeklede kamer aan het eind van een gang in een steile oeverwand; de ronde witte eieren liggen op de resten van braakballen, en de jongen dragen hun groeiende veren lang in hoornachtige scheden.