Alle soorten › Uilen
Uilen | Strigiformes
Owls | Rapaces nocturnas
Jagers met een grote, brede kop waarin beide ogen naar voren staan, zodat de gezichtsvelden elkaar overlappen en de vogel diepte ziet; de ogen zijn buisvormig en zitten vast in hun kas, en daarom draait een uil de hele kop mee, dankzij veertien halswervels ruim een halve slag. Rond elk oog ligt een schijf van korte, stugge veertjes die geluid naar de oorspleten leidt, en bij een deel van de soorten zitten die spleten op ongelijke hoogte, waardoor een geluid ook in de hoogte te plaatsen is. Het verenkleed is zacht en de buitenste handpen draagt bij de meeste soorten een kamvormige voorrand, zodat de vleugelslag vrijwel geen geluid maakt; de buitenste teen is omkeerbaar en de nagels zijn lang en sterk gekromd. De prooi gaat in zijn geheel naar binnen en wat niet verteert komt als braakbal weer naar buiten. De witte, bijna ronde eieren liggen zonder eigen nestbouw in een boomholte, een oud spechtenhol, een rotsspleet of een verlaten nest. In Mexico en Midden-Amerika staan twee families naast elkaar: de kerkuilen, hier alleen met de Amerikaanse kerkuil, met een hartvormige schijf, en de veel soortenrijkere echte uilen, van dwerguilen en schreeuwuilen tot de brilsuil van het laaglandregenwoud.
Families in deze orde
- Kerkuilen | Tytonidae1 soortDe gezichtsschijf is hartvormig en loopt onderaan in een smalle punt uit; de ogen zijn naar uilenmaat klein en donker, de kop is smal en de poten zijn lang en tot op de tenen bevederd. De binnenteen is even lang als de middenteen, en de nagel van die middenteen draagt een rij fijne tandjes waarmee de schijf wordt schoongekamd; het borstbeen is met de vorkvormige sleutelbeenderen vergroeid. Geroep in de vorm van holle tonen ontbreekt: deze vogels sissen, snorken en gillen. Ze jagen laag en zoekend boven open, ruig land, vrijwel uitsluitend op muizen en spitsmuizen, en broeden in een donkere holte in gebouw, rots of boom; de legselgrootte volgt de muizenstand, zodat een goed jaar twee broedsels kan opleveren en een slecht jaar geen enkel.
- Echte uilen | Strigidae33 soortenDe gezichtsschijf is rond en de ogen zijn groot, met een iris die van geel tot vrijwel zwart loopt; verschillende soorten dragen op de kop twee oprichtbare veerpluimen die niets met het gehoor te maken hebben maar wel de omtrek van de kop breken. De binnenteen is korter dan de middenteen en de middennagel is glad. In Mexico en Midden-Amerika telt de familie 33 soorten in elf geslachten, van de elfuil van ongeveer veertig gram, die in spechtenholen in zuilcactussen en bomen broedt, tot de Amerikaanse oehoe van ruim een kilo. Talrijk zijn de schreeuwuilen (Megascops) en de dwerguilen (Glaucidium); die laatste jagen ook overdag en dragen op het achterhoofd twee donkere vlekken die als een tweede paar ogen werken. In de laaglandbossen leven grote soorten als de briluil en de kuifuil, in de bergbossen zaaguiltjes (Aegolius). De stem bestaat uit doffe, ver dragende tonen, trillers of fluitreeksen waarmee het territorium wordt bezet, en is meestal het eerste waaraan de soort te herkennen valt. Er wordt gebroed in een boomholte, een oud nest van een andere vogel, op een rotsrichel of, zoals bij de holenuil, in een hol in de grond; het vrouwtje broedt en dekt de jongen, het mannetje voert het voedsel aan.