Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Amerikaanse regenwulp
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae
Amerikaanse regenwulp | Numenius hudsonicus
Hudsonian Whimbrel | Zarapito de Hudson
De Amerikaanse regenwulp is een middelgrote wulp met een gebogen snavel en een gestreepte kruin, een algemene wintergast langs beide kusten van het gidsgebied. Op wadplaten, rotskusten en in mangrove is hij vaak alleen of in kleine groepen te zien, op hoogwatervluchtplaatsen soms met tientallen bijeen. De soort werd lang als ondersoort van de Euraziatische regenwulp beschouwd.
Geluid
Een snelle, gelijkmatige reeks heldere fluittonen, pi-pi-pi-pi-pi-pi-pi, vooral bij het opvliegen en in de vlucht.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
37–47 cm, waarvan 6–9 cm snavel. Grijsbruin, met een lange, aan het eind omlaag gebogen, donkere snavel met een roze basis aan de ondersnavel. De kop toont een donkere kruin met een lichte middenstreep, een lichte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. Bovendelen grijsbruin met lichte vlekjes, hals en borst fijn gestreept, buik lichter. Rug en stuit zijn bruin, zonder wit; de ondervleugel is grijsbruin gebandeerd. Poten blauwgrijs. De seksen zijn gelijk; vrouwtjes hebben een iets langere snavel.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse wulp Numenius americanus is groter en kaneelbruin, met een veel langere snavel, geen kruinstrepen en een kaneelrode ondervleugel. De marmergrutto Limosa fedoa is warm kaneelbruin en heeft een rechte of licht opgewipte snavel met roze basis. De willet Tringa semipalmata is effen grijs met een rechte snavel en toont in de vlucht een zwart-witte vleugel.
Leefgebied
Wadplaten en slikken, zandstranden, rotskusten, mangrove, estuaria en zoute lagunes, soms ook kustweilanden en zoutpannen. Zoekt met de gebogen snavel naar krabben en andere kreeftachtigen, wormen en weekdieren; krabben worden vaak uit holen of onder mangrovewortels vandaan gehaald.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Langs de kusten van het hele gidsgebied, van Baja California en de Golf van Californië langs de Pacifische kust tot in Panama, en langs de Golfkust en de Caribische kust van Mexico tot Panama; aan de Pacifische kant het talrijkst. Vooral wintergast en doortrekker; jonge vogels blijven deels ook de zomer over. Buiten het gidsgebied broedt de soort in Alaska en het noorden van Canada en overwintert ze langs de kusten van het zuiden van de Verenigde Staten tot in Chili en Brazilië.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Rotskusten en mangroveranden bij laagwater, en hoogwatervluchtplaatsen langs de Pacifische kust, zijn de beste plaatsen. De snelle fluitreeks verraadt de vogel vaak voordat hij te zien is.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De wereldwijde beoordeling geldt voor de regenwulp in brede zin; de Amerikaanse populaties zijn volgens tellingen in delen van het areaal afgenomen. Bedreigingen zijn verlies van kustgebieden en jacht op de trekroute.
Wetenschappelijke naam
Numenius hudsonicus | Latham, 1790
Latham beschreef de soort in 1790 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Numenius werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Numenius is Grieks, van neos 'nieuw' en mēnē 'maan', naar de snavel die aan een wassende maan doet denken; noumēnios is bij Hesychius de naam van een vogel. hudsonicus betekent 'van de Hudsonbaai' in Canada, de typelocatie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hudsonbaai, Canada.




