Alle soorten › Valkachtigen › Valken en caracara's › Aplomadovalk

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae

Aplomadovalk | Falco femoralis

Aplomado Falcon | Halcón fajado

De aplomadovalk is een slanke valk met lange vleugels en een lange staart, die in open grasland en savanne leeft. Hij jaagt vanaf een paal of boomtop of in lage, snelle vlucht op vogels en grote insecten, vaak in paren die samen een prooi achtervolgen, en volgt graag grasbranden om opgejaagde prooi te vangen. In het gidsgebied is hij een plaatselijke standvogel, van het noorden van Mexico tot Panama.

Aplomadovalk (Falco femoralis)
Foto: Wagner Machado Carlos Lemes — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schel, herhaald kek-kek-kek of kie-kie-kie, vooral rond het nest; daarnaast jammerende roepen.

Luister: DuetXC880847

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

30–40 cm, slank, met lange vleugels en een lange staart. Van boven leigrijs. Een witte tot okerkleurige wenkbrauwstreep loopt van het voorhoofd tot achter op de kop, en een zwarte streep achter het oog en een smalle zwarte baardstreep omlijsten de witte wang. Keel en borst zijn wit tot okerkleurig, de flanken en een brede band over de buik zwart met fijne witte bandjes, en de onderbuik, dijen en onderstaartdekveren kaneelkleurig. De staart is zwart met smalle witte bandjes. Jonge vogels zijn bruiner, met donkere strepen op de borst. Het vrouwtje is groter dan het mannetje.

Verwarrings­soorten

De vleermuisvalk Falco rufigularis en de bonte slechtvalk Falco deiroleucus hebben een zwarte kap zonder witte wenkbrauw, een zwart vest op de borst en een kortere staart. De slechtvalk Falco peregrinus is zwaarder en heeft een kortere staart, een brede baardstreep en geen zwarte buikband. De Amerikaanse torenvalk Falco sparverius is kleiner en roestbruin van boven.

Leefgebied

Open grasland en savanne met verspreide bomen of yucca's, pijnsavanne, halfwoestijngrasland, natte graslanden en moerasranden, en weiland, van zeeniveau tot ongeveer 2000 m. Broedt in oude nesten van andere vogels in een boom of yucca, of op een hoogspanningsmast. Jaagt vanaf een uitkijkpost of in lage achtervolging.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Plaatselijke standvogel. In het noorden van Mexico alleen nog in de graslanden van het noorden van Chihuahua; elders vooral in de kustvlakte van Veracruz, Tabasco en Campeche, in savannes van Chiapas en het schiereiland Yucatán, in de pijnsavannes van Belize, waar hij het meest gezien wordt, en in de savannes van Petén in Guatemala. In Honduras en Nicaragua zeldzaam en plaatselijk. In de Pacifische laaglanden van Panama, vooral rond de Baai van Panama, de laatste decennia in toenemende aantallen; ook in Costa Rica steeds vaker waargenomen. Buiten het gidsgebied in het zuiden van de Verenigde Staten (na herintroductie) en in grote delen van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Belize het beste in de pijnsavannes langs de wegen ten noorden en westen van Belize City, waar paren op dode bomen of masten zitten. Na een grasbrand jagen soms meerdere vogels boven het afgebrande terrein.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het noorden van Mexico en in de Verenigde Staten sterk afgenomen door verlies van grasland en door DDT; de noordelijke populatie is klein en wordt beschermd.

Wetenschappelijke naam

Falco femoralis | Temminck, 1822

Temminck beschreef de soort in 1822 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. femoralis is Latijn, van femur 'dij': 'van de dijen', naar de roestbruine dijen en onderbuik. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië.