Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Avonddikbek

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Avonddikbek | Hesperiphona vespertina

Evening Grosbeak | Picogordo vespertino

De avonddikbek is een forse, gedrongen vink met een zeer zware, lichte snavel. Hij broedt in de naaldbossen van Canada en het westen van de Verenigde Staten; in het gidsgebied leeft een kleine, verspreide populatie in de bergbossen van Mexico. Groepen zwerven buiten de broedtijd rond op zoek naar zaden.

Avonddikbek (Hesperiphona vespertina)
Foto: USFWS Pacific — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is luid en verschilt per populatie: een helder, gefloten tsjier of pieer, of een meer trillend prrr. Groepen roepen veel, ook in de vlucht. Een echte zang ontbreekt vrijwel.

Luister: ZangXC1096678

Opname: Valerie Heemstra — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

16–18 cm. Zwaar gebouwd, met een grote kop, een kegelvormige, groenig ivoorkleurige snavel en een korte, iets gevorkte staart. Het mannetje heeft een donkerbruine kop met een helder gele voorhoofdsband en wenkbrauwstreep; het bruin gaat over de rug en borst geleidelijk over in geel op stuit en buik. De vleugels zijn zwart met een grote witte vlek op de binnenste armpennen; de staart is zwart. Het vrouwtje is grijs met een gelige zweem op nek en flanken, een donkere baardstreep, zwart-witte vleugels en witte vlekken aan het eind van de staart.

Verwarrings­soorten

De witschouderdikbek Hesperiphona abeillei leeft in dezelfde bergen. Het mannetje heeft een geheel zwarte kop zonder gele voorhoofdsband en een helderder geel lijf; het vrouwtje heeft een zwarte kruin en een gelig olijfkleurig lijf in plaats van grijs. De gele kardinaal Pheucticus chrysopeplus is geler en heeft een donkere snavel en witte vleugelstrepen.

Leefgebied

In het gidsgebied pijnbos, pijn-eikenbos en gemengd bergbos met zadenrijke bomen, meestal boven 1800 m. Zoekt in de kruinen en soms op de grond naar zaden, knoppen en vruchten; kraakt harde zaden met de zware snavel. Buiten de broedtijd in groepen die onvoorspelbaar rondzwerven.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in Canada en in de bergen van het westen en noordoosten van de Verenigde Staten; noordelijke vogels trekken in de winter onregelmatig naar het zuiden. In het gidsgebied een schaarse standvogel in de Sierra Madre Occidental en in de bergen van Midden-Mexico, met verspreide waarnemingen zuidelijker. Overwinteraars uit het noorden bereiken het noorden van Mexico slechts uitzonderlijk.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Groepen zijn het makkelijkst te vinden aan de luide roep, die ver draagt; let in pijn-eikenbos op vogels die zaden kraken hoog in de kruin.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU). De aantallen in Noord-Amerika zijn sinds de jaren zeventig sterk afgenomen; de oorzaken zijn niet volledig bekend, maar veranderingen in bos en voedselaanbod spelen mee. De Mexicaanse populatie is klein en versnipperd en lijdt onder houtkap in de bergbossen.

Wetenschappelijke naam

Hesperiphona vespertina | (Cooper, 1825)

Cooper beschreef de soort in 1825 als Fringilla vespertina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hesperiphona werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Hesperiphona is Grieks, van hesperos 'avond' en phōnē 'stem, geluid', naar de oude opvatting dat de Avonddikbek in de schemering zingt. vespertina is Latijn voor 'van de avond', naar de oude, onjuiste opvatting dat de vogel alleen in de schemering zingt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sault Ste. Marie, Michigan, VS.