Alle soorten › Hoenderachtigen › Tandkwartels › Bandkwartel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae
Bandkwartel | Philortyx fasciatus
Banded Quail | Codorniz rayada
De bandkwartel is een kleine, onopvallende kwartel van droog struikgewas in het zuidwesten van Mexico, vooral in het stroomgebied van de Río Balsas. Hij is de enige soort in zijn geslacht en komt alleen in Mexico voor. Buiten de broedtijd leeft hij in groepen van rond een dozijn vogels.
Geluid
Groepsleden houden contact met zachte roepjes; verspreide vogels zoeken elkaar met herhaalde, luidere fluitende roepen, vooral in de ochtend en de avond.
Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
18–20 cm; een kleine, bruine kwartel met een spitse, donkere kuif en een voor een kwartel vrij lange staart. Het gezicht en de keel zijn bleek. De bovendelen zijn bruin met lichte en donkere vlekken en bandering op rug en vleugels; de onderdelen zijn wit met duidelijke zwarte dwarsbandering, waaraan de soort zijn naam dankt, en ook de onderstaartdekveren zijn zwart-wit gebandeerd. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar. Jonge vogels zijn eerst wit gestreept en krijgen na enkele weken een bijna zwart gezicht en zwarte keel, voordat ze na vier à vijf maanden het volwassen kleed hebben.
Verwarringssoorten
De Virginiaanse boomkwartel Colinus virginianus komt deels in hetzelfde gebied voor, maar heeft geen spitse kuif, het mannetje een duidelijk getekende kop met witte of zwarte keel, en bij beide seksen geschubde of gevlekte in plaats van regelmatig gebandeerde onderdelen. De montezumakwartel Cyrtonyx montezumae is ronder en kortstaartiger, met een zwart-wit getekend gezicht bij het mannetje, en leeft hoger in eiken- en pijnbos.
Leefgebied
Droog struikgewas en droogbos, doornstruweel, verwilderde akkers en weiland met struiken en hagen, van zeeniveau tot ongeveer 1800 m. Leeft in groepen van rond een dozijn vogels, soms tot dertig, en blijft dicht bij dekking. Rent bij gevaar liever weg dan dat hij opvliegt; een opgeschrikte groep vliegt in alle richtingen uiteen. Eet zaden, knollen, knoppen en insecten. Broedt in het regenseizoen, vooral in augustus en september.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Alleen in Mexico, in het zuidwesten: van Jalisco en Colima via Michoacán, Guerrero en Morelos tot het zuiden van de staat México en het zuidwesten van Puebla, met het zwaartepunt in het stroomgebied van de Río Balsas. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De kans is het grootst vroeg in de ochtend langs onverharde wegen door droog struikgewas in Morelos, Guerrero en Michoacán, waar groepjes uit de dekking komen om te foerageren. Na de regentijd, wanneer de vegetatie dicht is, zijn ze vooral te horen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Algemeen in een groot deel van het droge zuidwesten van Mexico en tolerant voor door mensen veranderd landschap met struiken.
Wetenschappelijke naam
Philortyx fasciatus | (Gould, 1844)
Gould beschreef de soort in 1844 als Ortyx fasciatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Philortyx werd in 1846 ingevoerd door Gould. Philortyx is Grieks, van philē 'lieve vriend(in)' en ortux 'kwartel': 'lieve kwartel'. fasciatus is Latijn voor 'gebandeerd', van fascia 'band', naar de dwarsbanden op de onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico (oorspronkelijk abusievelijk als Californië vermeld).



