Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Bandstaartduif

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Duiven en zandhoenders Columbimorphae

Bandstaartduif | Patagioenas fasciata

Band-tailed Pigeon | Paloma de collar

De bandstaartduif is de grote, grijze duif van de bergbossen van het gidsgebied, van Baja California en de Sierra Madre in Mexico tot de hooglanden van Costa Rica en het westen van Panama. Groepen trekken rond op zoek naar eikels en vruchten en vliegen snel en hoog over de bergkammen. Een witte halve maan op de achterhals en een gele snavel maken haar goed herkenbaar.

Bandstaartduif (Patagioenas fasciata)
Foto: Onbekend (publiek domein) — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Een laag, uilachtig koeren in twee lettergrepen, hoe-hoeoe of woek-woeoe, in langzaam tempo herhaald. Bij het opvliegen klinkt luid vleugelgeklapper.

Luister: ZangXC914115

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

33–40 cm. Een grote, forse duif met een vrij lange staart. Kop en borst zijn purperachtig roze tot wijnrood, de buik wordt naar achteren lichter grijs tot witachtig. Op de achterhals zit een smalle witte halve maan met daaronder een vlek van bronsgroen glanzende veren. Rug en vleugels zijn grijs, de slagpennen donkerder. De staart heeft een donkere band over het midden en een brede, lichtgrijze eindband, die in de vlucht goed opvalt. De snavel is geel met een donkere punt, de poten zijn geel, het oog is rood tot oranje met een rode oogring. Het vrouwtje is doffer, met minder roze op kop en borst en een zwakkere halsband; jonge vogels missen de witte halve maan. Vogels in Costa Rica en Panama (P. f. crissalis) zijn donkerder en grijzer dan die in Mexico.

Verwarrings­soorten

De roodsnavelduif Patagioenas flavirostris heeft een donkerder wijnrode kop en borst, een grijze buik, een lichte snavel met rode basis en geen witte halsband of lichte staartband, en leeft lager. De rotsduif Columba livia heeft zwarte vleugelbanden, vaak een witte stuit en een donkere snavel en leeft rond bebouwing. De loodgrijze duif P. plumbea, in het oosten van Panama, is kleiner en donkerder en mist de witte halsband.

Leefgebied

Pijn-eikenbos, eikenbos, nevelwoud en hooggelegen naaldbos, bosranden en open plekken in de bergen, ongeveer tussen 1000 en 3500 m, in Costa Rica en Panama vooral boven 1500 m. Komt ook in boomgaarden, schaduwkoffie en tuinen in de hooglanden. Zwerft in groepen rond en volgt het aanbod van eikels, bessen, vruchten en zaden; daalt in voedselarme maanden soms lager af. Het nest is een los platform van takjes in een boom.

Verspreiding en trek

In Mexico in de bergen van het noorden van Baja California en, als aparte ondersoort (P. f. vioscae), in de Sierra de la Laguna in het zuiden van Baja California Sur. Verder langs de Sierra Madre Occidental en de Sierra Madre Oriental, over de Transmexicaanse Vulkanengordel en in de Sierra Madre del Sur tot de hooglanden van Oaxaca en Chiapas. In de hooglanden van Guatemala, El Salvador, Honduras en het noorden en midden van Nicaragua. In de bergen van Costa Rica en het westen van Panama tot Veraguas (P. f. crissalis). Ontbreekt in Belize. Buiten het gidsgebied in het westen van de Verenigde Staten en het zuidwesten van Canada; de vogels uit de Andes worden vaak als aparte soort beschouwd, P. albilinea.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de hooglanden van Costa Rica langs de Cerro de la Muerte en bij San Gerardo de Dota, en in Chiriquí rond Boquete en Volcán Barú. In Mexico in pijn-eikenbos van de Sierra Madre, waar groepen in de ochtend over de kammen vliegen en in eiken neerstrijken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied plaatselijk algemeen, maar schaarser waar bergbos wordt gekapt of waar veel gejaagd wordt. Door het rondzwerven kunnen aantallen per plek en per jaar sterk wisselen.

Wetenschappelijke naam

Patagioenas fasciata | (Say, 1822)

Say beschreef de soort in 1822 als Columba fasciata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Patagioenas werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Patagioenas is Grieks, van patageō 'klepperen' en oinas 'duif', naar het klapperende vleugelgeluid bij het opvliegen. fasciata is Latijn voor 'gebandeerd', naar de lichte band over de staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Plum Creek bij Castle Rock, Colorado.