Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Barrancapiewie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Barrancapiewie | Contopus lugubris

Dark Pewee | Pibí oscuro

De barrancapiewie is een donkere, roetgrijze piewie met een opvallende spitse kuif, die alleen in de bergen van Costa Rica en het westen van Panama voorkomt. Hij zit rechtop op een kale tak aan een bosrand of boven een ravijn en vliegt van daaruit insecten achterna.

Barrancapiewie (Contopus lugubris)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roept vaak met een herhaald, scherp pip-pip-pip. De zang bestaat uit een korte reeks fluittonen.

Luister: RoepXC538577

Opname: Alain Malengreau — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm, met een spitse, vaak opgezette kuif en een vrij lange staart. Vrijwel geheel donker roetkleurig grijs met een olijftint, kop en kuif het donkerst; buik iets lichter. Vleugelstrepen onduidelijk of ontbrekend. Ondersnavel oranjegeel, bovensnavel zwart. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De okerkleurige piewie Contopus ochraceus heeft ook een kuif, maar een olijfbruine rug en een okerkleurige onderzijde. De westelijke bospiewie Contopus sordidulus en de oostelijke bospiewie Contopus virens (doortrekkers) zijn lichter grijsolijf, zonder kuif en met duidelijke vleugelstrepen. De sparrenpiewie Contopus cooperi is forser en heeft een witte middenstreep op borst en buik.

Leefgebied

Randen en open plekken van bergregenwoud en voetheuvelbos, ongeveer tussen 1200 en 2500 m, vaak langs rivieren, ravijnen, wegen en open plekken met dode bomen. Zit hoog en rechtop op een kale tak en keert na een vangvlucht vaak naar dezelfde post terug.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied: de bergen van Costa Rica (Cordillera de Tilarán, Cordillera Central en Cordillera de Talamanca) en het westen van Panama, oostelijk tot Veraguas.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het makkelijkst te vinden langs bergwegen en bosranden met dode bomen, waar hij op een hoge kale tak zit te wachten en geregeld zijn pip-pip laat horen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen binnen zijn kleine verspreidingsgebied, waarvan een groot deel in beschermde gebieden ligt.

Wetenschappelijke naam

Contopus lugubris | Lawrence, 1865

Lawrence beschreef de soort in 1865 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Contopus werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Contopus is Grieks, van kontos 'paal, schacht' en pous 'voet', naar de korte poten. lugubris is Latijn voor 'treurig, rouwend', naar het sombere, donkergrijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Barranca, Costa Rica.