Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en muisspechten › Blauwsnavelmuisspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Blauwsnavelmuisspecht | Dendrocolaptes picumnus

Black-banded Woodcreeper | Trepatroncos vientre barrado

De blauwsnavelmuisspecht is een grote muisspecht met een gestreepte kop en borst en een zwart gebandeerde buik. In het gidsgebied is het een vogel van bergbos en voetheuvels, waar hij verspreid en meestal in lage aantallen voorkomt. Zijn totale verspreidingsgebied reikt van het zuiden van Mexico tot in Argentinië.

Blauwsnavelmuisspecht (Dendrocolaptes picumnus)
Foto: Fernando Flores from Caracas, Venezuela — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks heldere fluittonen, vooral in de schemering. Het geluid lijkt op dat van de noordelijke gebandeerde muisspecht en is in het veld lastig daarvan te scheiden.

Luister: ZangXC1182890

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

25–28 cm. Groot, met een rechte, stevige, donkere snavel. Kop en nek donkerbruin met fijne lichte strepen; keel lichter. Borst bruin met lichte lengtestrepen, die op de buik overgaan in smalle zwarte dwarsbanden. Rug olijfbruin, vleugels en staart roodbruin. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De noordelijke gebandeerde muisspecht Dendrocolaptes sanctithomae is over het hele lichaam fijn gebandeerd, zonder strepen op kop en borst, en leeft vooral in het laagland. De reuzenmuisspecht Xiphocolaptes promeropirhynchus is groter, met een langere, licht gebogen snavel en vrijwel geen banden op de buik. De vlekkruinmuisspecht Lepidocolaptes affinis is veel kleiner en heeft een dunne, gebogen, lichte snavel.

Leefgebied

Vochtig berg- en nevelbos en voetheuvelbos, plaatselijk ook pijn-eikenbos; vaak in de middelste en hogere etages. Zoekt op stammen en dikke takken naar insecten en andere ongewervelde dieren en volgt soms zwermen trekmieren of gemengde groepen. Nestelt in een boomholte.

Verspreiding en trek

Verspreid in de bergen van het zuiden van Mexico (Chiapas) door Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en het westen van Panama. Buiten het gidsgebied in grote delen van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot Bolivia, Paraguay en het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een schaarse soort die meestal bij toeval wordt gevonden, bijvoorbeeld in gemengde groepen in bergbos. Let op een grote muisspecht met een gebandeerde buik.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied plaatselijk en meestal schaars; gevoelig voor het verdwijnen van bergbos.

Wetenschappelijke naam

Dendrocolaptes picumnus | Lichtenstein, 1820

Lichtenstein beschreef de soort in 1820 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Dendrocolaptes werd in 1804 ingevoerd door Hermann. Dendrocolaptes is Grieks, van dendron 'boom' en kolaptēs 'beitelaar, pikker': 'boomhakker', naar het foerageren tegen stammen. picumnus komt van Picumnus, een Romeinse landelijke godheid die met de specht (picus) werd verbonden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.