Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Blonde feetiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Blonde feetiran | Empidonax fulvifrons

Buff-breasted Flycatcher | Mosquero pecho leonado

De blonde feetiran is de kleinste Empidonax-tiran en de enige met een warm okerkleurige borst. Hij leeft in open dennen- en pijn-eikenbos in de bergen van Mexico en het noorden van Midden-Amerika. De noordelijkste vogels, in het noorden van Mexico en het zuidoosten van Arizona, trekken in de winter weg.

Blonde feetiran (Empidonax fulvifrons)
Foto: Fernando Flores — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een kort, droog pit. De zang is een snel tsjikie-wjoe, vaak afgewisseld met andere korte frasen.

Luister: ZangXC941646

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Bovendelen grijsbruin, kop iets grijzer. Keel bleek okergeel, borst warm oker tot kaneelkleurig, buik lichter, bleek okergeel tot witachtig. Een witte oogring. Vleugels donker met twee witte tot lichtbruine vleugelstrepen. Snavel klein, de ondersnavel licht. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; jonge vogels zijn minder warm gekleurd.

Verwarrings­soorten

De noordelijke kuiftiran Mitrephanes phaeocercus heeft ook een kaneelkleurige borst, maar is groter, met een spitse kuif, een olijfkleurige rug en een gele buik. De kleine feetiran Empidonax minimus en de andere grijze Empidonax-soorten missen de okerkleurige borst. De dennenfeetiran Empidonax affinis is groter en olijfkleuriger, met een gelige buik.

Leefgebied

Open dennen- en pijn-eikenbos met graslandjes en open plekken, ook kloven met bomen en bosranden, vooral boven ongeveer 1500 m. Vangt insecten vanaf een tak in de onderste delen van de bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Van het zuidoosten van Arizona en het uiterste zuidwesten van New Mexico door de bergen van Mexico, vooral de Sierra Madre Occidental en de hooglanden van het midden en zuiden van Mexico, tot in de hooglanden van Guatemala, El Salvador en Honduras. Vogels uit het noorden van het areaal overwinteren zuidelijker in Mexico.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zit vaak goed zichtbaar op een lage tak aan de rand van een open plek in pijnbos. De warm gekleurde borst is in goed licht duidelijk te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen in Mexico; aan de noordrand van het areaal schaars en plaatselijk.

Wetenschappelijke naam

Empidonax fulvifrons | (Giraud, 1841)

Giraud beschreef de soort in 1841 als Muscicapa fulvifrons; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Empidonax werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Empidonax is Grieks, van empis 'mug' en anax 'heerser': 'muggenkoning', naar de insectenjacht. fulvifrons is Latijn, van fulvus 'bruingeel' en frons 'voorhoofd', naar de warm okerkleurige kop en borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Miquihuana, Tamaulipas, Mexico (oorspronkelijk ten onrechte 'Texas').