Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Brilduiker

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Brilduiker | Bucephala clangula

Common Goldeneye | Porrón osculado

De brilduiker is een duikeend van de boreale bossen rond de Noordpool. Het gidsgebied ligt aan de zuidrand van het Noord-Amerikaanse winterareaal: in het noordwesten van Mexico is de soort een schaarse wintergast op stuwmeren, rivieren en in beschutte kustwateren.

Brilduiker (Bucephala clangula)
Foto: Calibas — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Grotendeels stil, maar de vleugels maken in de vlucht een luid, hoog en zingend gefluit dat de soort ook ongezien verraadt. In de balts geeft het mannetje een scherp, nasaal tsjie-tsjiek, het vrouwtje een laag, snorrend grrr.

Luister: VluchtroepXC1168484

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

40–51 cm. Gedrongen, met een grote, driehoekige kop met een piek op de kruin, een korte hals, een korte, donkere snavel en een geel oog. Het mannetje is wit op borst en flanken en zwart op de rug, met een groen glanzende zwarte kop en een ronde witte vlek tussen oog en snavel; op de schouders zwarte en witte strepen. Het vrouwtje heeft een chocoladebruine kop, een smalle witte halsring en een grijs lichaam; de snavel is donker, vaak met een gele punt. Beide geslachten hebben in de vlucht een groot wit vlak op de binnenvleugel.

Verwarrings­soorten

De buffelkopeend Bucephala albeola is veel kleiner; het mannetje heeft een groot wit vlak op de achterkop, het vrouwtje een witte wangvlek. Het vrouwtje van de middelste zaagbek Mergus serrator is langer en slanker, met een rafelige kuif en een dunne, rode snavel. De kleine topper Aythya affinis heeft bij het mannetje een grijze rug en een zwarte borst, bij het vrouwtje een witte bles aan de snavelbasis.

Leefgebied

Stuwmeren, grote rivieren, riviermondingen, beschutte baaien en lagunes. Duikt naar kreeftachtigen, insectenlarven, weekdieren en kleine vissen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Overwintert in kleine aantallen in het noordwesten van Mexico: in Baja California, onder meer in de delta van de Colorado, zuidwaarts langs Baja California Sur, in Sonora en op stuwmeren in Chihuahua, met enkele gevallen in Coahuila. Broedt in de boreale bossen van Alaska, Canada en het noorden van Eurazië, en overwintert in Noord-Amerika vooral in de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De delta van de Colorado en stuwmeren in Sonora en Chihuahua; het zingende vleugelgefluit verraadt een overvliegende brilduiker vaak eerder dan het silhouet.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De Noord-Amerikaanse stand is ongeveer stabiel. In het gidsgebied een schaarse wintergast aan de zuidrand van het areaal.

Wetenschappelijke naam

Bucephala clangula | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas Clangula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Bucephala werd in 1858 ingevoerd door Baird. Bucephala is Grieks, van boukephalos 'stierkoppig', bij bous 'rund' en kephalē 'kop', naar de opvallend dikke kop. clangula is afgeleid van het Latijnse clangere 'weerklinken', naar het geluid dat de vogel maakt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.