Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Buffelkopeend

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Buffelkopeend | Bucephala albeola

Bufflehead | Porrón albeola

De buffelkopeend is de kleinste duikeend van Noord-Amerika en een vrij algemene wintergast in het noorden en midden van Mexico, op meren, stuwmeren en kustlagunes. Hij broedt in boomholten, vooral oude spechtengaten, in de boreale bossen van Alaska en Canada.

Buffelkopeend (Bucephala albeola)
Foto: Chuck Homler, Focus On Wildlife — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter meestal stil. Het mannetje geeft in de balts een piepend gekwetter, het vrouwtje een laag, schor kruk.

Luister: RoepXC710475

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

32–40 cm. Klein en gedrongen, met een opvallend grote, ronde kop en een korte, grijze snavel. Het mannetje is wit op borst, flanken en onderzijde en zwart op de rug; de kop is donker, in goed licht groen en paars glanzend, met een groot wit vlak van achter het oog over de achterkop. Het vrouwtje en jonge vogels zijn grijsbruin met een donkere kop en één ovale witte vlek op de wang achter het oog. In de vlucht heeft het mannetje een groot wit vlak op de binnenvleugel, het vrouwtje een kleine witte vlek op de armpennen. Duikt veel en snel, vaak met een kort sprongetje.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de kokardezaagbek Lophodytes cucullatus heeft ook een groot wit vlak op de kop, maar dat is zwart omrand en zit in een opzetbare kuif; de flanken zijn roestbruin en de snavel is lang en smal. Het vrouwtje van de brilduiker Bucephala clangula is groter, met een chocoladebruine kop zonder wangvlek en een witte halsring. Vrouwtjes van de rosse stekelstaart Oxyura jamaicensis hebben een donkere streep door een lichte wang en een stijve staart.

Leefgebied

Meren, stuwmeren, waterzuiveringsvijvers en binnenlandse zoutmeren, en in de kustzone beschutte baaien en lagunes. Duikt naar insectenlarven, kreeftachtigen, slakken en zaden van waterplanten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Overwintert in het noorden en midden van Mexico: in Baja California en Baja California Sur, Sonora, Sinaloa, Chihuahua, Coahuila, Nuevo León, Tamaulipas, Durango, Zacatecas, San Luis Potosí, Aguascalientes, Guanajuato en Querétaro, en schaarser zuidwaarts tot Jalisco, Michoacán, Hidalgo en de staat México. Op het schiereiland Yucatán zeldzaam. Broedt in Alaska en Canada en plaatselijk in het noorden van de Verenigde Staten.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Stuwmeren en waterzuiveringsvijvers op de hoogvlakte van het noorden van Mexico, waar kleine groepen tussen andere duikeenden liggen; de witte kop- en flankvlakken van het mannetje zijn al van ver te zien.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De Noord-Amerikaanse stand is de afgelopen decennia toegenomen. In het gidsgebied een vrij algemene wintergast in het noorden en midden van Mexico.

Wetenschappelijke naam

Bucephala albeola | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas Albeola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Bucephala werd in 1858 ingevoerd door Baird. Bucephala is Grieks, van boukephalos 'stierkoppig', bij bous 'rund' en kephalē 'kop', naar de opvallend dikke kop. albeola is een verkleinvorm van het Latijnse albus 'wit', naar het uitgebreide wit in het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Newfoundland.