Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Bruine violetoorkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Bruine violetoorkolibrie | Colibri delphinae

Brown Violetear | Colibrí pardo

De bruine violetoorkolibrie is een grote, grijsbruine kolibrie die onregelmatig rondzwerft en plotseling in aantal kan verschijnen waar bomen in bloei staan. Bij bloeiende bomen verdedigt hij fel een eigen deel van de kruin. In het gidsgebied leeft hij vooral op de heuvels en lagere berghellingen.

Bruine violetoorkolibrie (Colibri delphinae)
Foto: Joseph C Boone — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een harde, droge tsjip, vaak herhaald. De zang is een reeks scherpe, droge tjilpende tonen, gezongen vanaf een hoge zitplaats.

Luister: ZangXC1177344

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een korte, rechte zwarte snavel. Het verenkleed is dof grijsbruin, met een roestbruine stuit en roestbruine randen aan de bovenstaartdekveren. Achter het oog zit een paarsblauwe oorvlek. De keel heeft in het midden glanzend groenblauwe veren, begrensd door een witte baardstreep en een donkere snorstreep. De staart is bronsbruin, met een donkere band voor de bruingele top. Mannetje en vrouwtje zijn vrijwel gelijk.

Verwarrings­soorten

Door het bruine verenkleed met de paarse oorvlek nauwelijks te verwarren. De mexicaanse violetoorkolibrie Colibri thalassinus en de kleine violetoorkolibrie Colibri cyanotus zijn overwegend groen. De schubborstkolibrie Phaeochroa cuvierii is groener, met geschubde onderdelen en witte staarthoeken. Vrouwtjes en jonge vogels van mango's, zoals de groenborstmango Anthracothorax prevostii, hebben een lichte onderkant met een donkere middenstreep.

Leefgebied

Randen en open plekken van vochtig heuvel- en lager bergbos, secundair bos en schaduwkoffie, vooral tussen ongeveer 400 en 1600 m, maar rondzwervend ook lager en hoger. Zoekt vooral nectar in de kruinen van bloeiende bomen zoals Inga en Erythrina.

Verspreiding en trek

Van het zuiden van Belize en het oosten van Guatemala via Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en Panama, aan beide kanten van de bergen maar het meest aan de Caribische kant. Uit Mexico zijn alleen losse waarnemingen bekend. Buiten het gidsgebied van Colombia, Venezuela, Trinidad en de Guyana's via de Andes tot Bolivia, en in het oosten van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bij bloeiende Inga- en Erythrina-bomen langs bosranden en in koffieplantages op de heuvels van Costa Rica en Panama. Omdat de soort rondzwerft, kan hij op een plek wekenlang aanwezig zijn en daarna maandenlang ontbreken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied. In het gidsgebied is hij plaatselijk vrij algemeen, maar door het rondzwerven elders onregelmatig.

Wetenschappelijke naam

Colibri delphinae | (Lesson, 1839)

Lesson beschreef de soort in 1839 als Ornismya Delphinae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colibri werd in 1824 ingevoerd door Spix. Colibri is de Spaanse en Franse naam voor een kolibrie, vermoedelijk ontleend aan een woord uit een Caribische (Cariben-)taal. delphinae verwijst naar Delphine d'Albémar, de tragische heldin van Madame de Staëls roman Delphine (1802). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bogotá, Colombia (later aangewezen).