Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Cabanis' lijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Cabanis' lijster | Turdus plebejus

Mountain Thrush | Mirlo montañero

De cabanis' lijster is een eenvoudig gekleurde, olijfbruine lijster van bergbos van het zuiden van Mexico tot het westen van Panama. Hij mist opvallende kenmerken en valt vooral op door zijn eentonige zang en door groepjes die in vruchtdragende bomen foerageren. Buiten de broedtijd zwerven veel vogels rond en dalen ze af naar lagere hellingen.

Cabanis' lijster (Turdus plebejus)
Foto: Daniel S. Katz — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een eentonige, weinig melodieuze reeks korte, krakende en tjirpende tonen, vaak lang achter elkaar herhaald. Roepen zijn een laag kwuk, een metaalachtig wurt en hoge, dunne tonen in de vlucht.

Luister: ZangXC8938

Opname: Allen T. Chartier — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–25 cm. Vrijwel egaal dof olijfbruin tot grijsbruin, de onderzijde iets lichter en grijzer. Keel vaag lichter met onduidelijke donkere streepjes. Geen oogring of een zeer smalle, onopvallende. Snavel zwartachtig, poten donkerbruin, iris donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben lichte vlekjes boven en donkere vlekken op de onderzijde.

Verwarrings­soorten

De grays lijster Turdus grayi is lichter en warmer beigebruin, heeft een geelachtige snavel en leeft vooral lager, in open terrein en tuinen. De bleekbuiklijster Turdus obsoletus heeft een witte onderbuik en onderstaart en leeft lager, in voetheuvelbos. De mexicaanse witneklijster Turdus assimilis heeft een witte halvemaan onder de gestreepte keel en een gele oogring. De roetlijster Turdus nigrescens is roetzwart met een oranje snavel en leeft in open terrein hoger in de bergen.

Leefgebied

Vochtig bergbos, nevelwoud en eiken- en pijn-eikenbos, ook bosranden, oud secundair bos en weilanden met bomen, meestal tussen 1200 en 3000 m. Buiten de broedtijd ook lager. Foerageert in groepjes, vaak samen met andere lijsters, in vruchtdragende bomen, en zoekt daarnaast op de grond naar ongewervelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied: de hooglanden van Chiapas in het zuiden van Mexico, door Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en het westen van Panama.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Costa Rica geregeld te zien in de Savegre-vallei bij San Gerardo de Dota en langs de Cerro de la Muerte, in Panama op de hellingen van de Barú. Het meest opvallend wanneer groepjes in vruchtdragende bomen langs bosranden zitten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen, maar plaatselijk afhankelijk van bergbos; de omzetting van bos in landbouwgrond is het voornaamste knelpunt.

Wetenschappelijke naam

Turdus plebejus | Cabanis, 1861

Cabanis beschreef de soort in 1861 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. plebejus is Latijn voor 'gewoon, alledaags', naar het eenvoudige, egaal olijfbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Costa Rica.