Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Colimadwerguil
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Colimadwerguil | Glaucidium palmarum
Colima Pygmy Owl | Tecolote colimense
De colimadwerguil is een van de kleinste uilen van Mexico en komt alleen voor aan de Pacifische kant van het land, van Sonora tot Oaxaca. Hij werd vroeger tot de kleinste dwerguil Glaucidium minutissimum gerekend en wordt nu als aparte soort beschouwd. Hij is vooral in de schemering, maar ook overdag actief en wordt meestal aan zijn zang opgemerkt.
Geluid
De zang is een reeks van meestal drie tot zes holle, fluitende toeten, toe-toe-toe-toe, sneller en korter dan de lange reeksen van de Braziliaanse dwerguil; na een pauze wordt de reeks herhaald. Zingt vooral in de schemering en ’s ochtends vroeg, maar ook overdag.
Opname: Alán Palacios — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13–15 cm, klein en gedrongen, met een ronde kop zonder oorpluimen, gele ogen, korte witte wenkbrauwen en een vrij lange staart. De kruin is grijsbruin met kleine lichte stippen; op het achterhoofd zitten twee zwarte vlekken met een lichte rand, die als valse ogen werken. De bovendelen zijn bruin, de staart is donker met drie of vier smalle, onderbroken witte banden. De onderdelen zijn wit met roestbruine lengtestrepen op de flanken en een bruine borstzijde. Vrouwtjes zijn vaak iets roodbruiner.
Verwarringssoorten
De Braziliaanse dwerguil Glaucidium brasilianum komt in hetzelfde gebied voor, ook in droog bos, maar is groter, heeft fijne lichte strepen in plaats van stippen op de kruin en meer staartbanden en zingt een lange, snelle reeks van tientallen toeten. De bergdwerguil Glaucidium gnoma leeft hoger, in pijn-eikenbos, en is groter. De tamaulipasdwerguil Glaucidium sanchezi lijkt sterk op de colimadwerguil, maar leeft alleen in het noordoosten van Mexico. De cactusuil Micrathene whitneyi heeft een korte staart, geen valse ogen en is alleen ’s nachts actief.
Leefgebied
Tropisch droogbos en halfgroenblijvend bos, galerijbos langs rivieren en beken, doornbos en de randen van plantages met bomen, van zeeniveau tot ongeveer 1500 meter. Jaagt vanaf een zitpost op grote insecten, hagedissen en kleine vogels. Broedt in boomholten, vaak in oude spechtenholen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch in het westen van Mexico: standvogel aan de Pacifische kant van het zuiden van Sonora en het zuidwesten van Chihuahua door Sinaloa, Nayarit, Jalisco, Colima, Michoacán en Guerrero tot in Oaxaca, landinwaarts in het stroomgebied van de Balsas tot in Morelos en het zuiden van Puebla. Komt buiten het gidsgebied niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het meest gemeld in Nayarit, bijvoorbeeld in het bos rond San Blas, en in het droogbos van Jalisco en Colima. In de schemering is de korte reeks toeten in droog bos vaak de eerste aanwijzing; overdag verraden kleine vogels die luid alarmeren de plek waar hij zit.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is in een groot deel van haar verspreidingsgebied vrij algemeen, maar het Pacifische droogbos wordt op veel plaatsen gekapt voor landbouw, veeteelt en toerisme.
Wetenschappelijke naam
Glaucidium palmarum | Nelson, 1901
Nelson beschreef de soort in 1901 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Glaucidium werd in 1826 ingevoerd door Boie. Glaucidium is het Griekse glaukidion 'uiltje', een verkleinwoord van glaux 'uil'. palmarum is Latijn voor 'van de palmen', naar de palmbossen en -bosjes in West-Mexico waar de soort leeft. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Arroyo de Juan Sánchez, Nayarit, Mexico.



