Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Costaricaanse boself
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Costaricaanse boself | Philodice bryantae
Magenta-throated Woodstar | Colibrí magenta
De costaricaanse boself is een kleine kolibrie van de bergen van Costa Rica en het westen van Panama. Hij werd vroeger met de paarskeelboself in het geslacht Calliphlox geplaatst. Het mannetje heeft een magentarode keel en een lange, gevorkte staart die meestal gesloten tot een spits wordt gehouden. De vlucht is traag en zoemend als die van een bij.
Geluid
Een droog, zacht tsit, soms in korte reeksen; de vleugels geven in de vlucht een laag, bijachtig gezoem.
Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
7–8 cm zonder de verlengde staartpennen van het mannetje, met een korte, rechte zwarte snavel. Beide geslachten hebben een witte vlek achter het oog en een witte vlek aan weerszijden van de stuit. Het mannetje is bronsgroen op de bovendelen, met een glanzende magentarode keel, een witte band over de borst, groene onderdelen met roestbruine flanken en een lange, diep gevorkte, zwartachtige staart. Het vrouwtje heeft een lichte keel, kaneelkleurige onderdelen en een afgeronde staart met roestbruine basis, een zwarte band en roestbruine toppen.
Verwarringssoorten
De vulkaankolibrie Selasphorus flammula en de fonkelende kolibrie Selasphorus scintilla zijn even klein, maar missen de witte stuitvlekken; de mannetjes hebben een korte staart, bij de fonkelende kolibrie met veel roestbruin. Het vrouwtje van de witkuifkoketkolibrie Lophornis adorabilis heeft een witte band dwars over de stuit en een witte buik. De paarskeelboself Philodice mitchellii komt alleen in Darién voor en heeft bij het mannetje een paarse keel.
Leefgebied
Randen van bergregenwoud en heuvelbos, open plekken, struweel, koffieplantages en tuinen, ongeveer tussen 700 en 2000 m, buiten het broedseizoen soms lager. Foerageert bij kleine bloemen van struiken en bomen, vaak hoog in de kronen, en zit lang op kale twijgjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het gidsgebied. In de bergen van Costa Rica, vooral in de Cordillera de Tilarán, de Cordillera Central en de Cordillera de Talamanca, en in het westen van Panama in Chiriquí, Bocas del Toro, Ngäbe-Buglé en Veraguas.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Costa Rica bij bloeiende struiken en voedertafels rond Monteverde en in de Centrale Vallei aan de randen van het bergbos; in Panama rond Boquete en Volcán in Chiriquí. Let op een kleine kolibrie die stil en zoemend tussen de bloemen hangt en weer op een kaal twijgje gaat zitten.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Vrij schaars en plaatselijk, maar het komt ook voor in tuinen en halfopen cultuurland. Verlies van bergbos treft de soort plaatselijk.
Wetenschappelijke naam
Philodice bryantae | (Lawrence, 1867) (GBIF: Calliphlox bryantae)
Lawrence beschreef de soort in 1867 als Doricha bryantae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Philodice werd in 1866 ingevoerd door Mulsant, Verreaux & Verreaux. Philodice verwijst naar Philodice uit de Griekse mythologie, dochter van Inachos en vrouw van Leukippos. bryantae eert Elizabeth Brimmer Bryant, geboren Sohier (1823–1916), echtgenote van de Amerikaanse ornitholoog Henry Bryant. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Costa Rica.




