Alle soorten › Zangvogels › Cotinga's › Drielelklokvogel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Drielelklokvogel | Procnias tricarunculatus
Three-wattled Bellbird | Campanero tricarunculado
De drielelklokvogel is een grote cotinga van bergbos en voetheuvels in het zuiden van Midden-Amerika. Het mannetje heeft een witte kop en borst, een kastanjebruin lichaam en drie lange, zwarte lellen aan de snavelbasis. Zijn luide, metaalachtige roep is van ver te horen. De soort leeft alleen van Honduras tot het westen van Panama en is daarmee een eindemiet van het gidsgebied.
Geluid
Het mannetje laat een zeer luide, explosieve bonk of bock horen, vaak gecombineerd met hoge, fluitende tonen; de roep is op grote afstand te horen. De zang verschilt tussen streken en jonge mannetjes leren hem van oudere vogels.
Opname: Enrique Varela — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Mannetje ongeveer 30 cm, vrouwtje ongeveer 25 cm. Het mannetje is kastanjebruin met een witte kop, hals en bovenborst. Aan de snavelbasis hangen drie dunne, zwarte, wormvormige lellen, één vanaf de bovensnavel en één aan elke mondhoek; ze kunnen bij het roepen ongeveer 10 cm lang worden. Snavel zwart, met een brede mondopening. Het vrouwtje is kleiner, olijfgroen op de bovendelen en geelachtig op de onderdelen met olijfkleurige strepen, zonder lellen. Jonge mannetjes lijken eerst op het vrouwtje en krijgen het volwassen kleed en de lellen pas na enkele jaren.
Verwarringssoorten
Het mannetje is met zijn witte kop, bruine lichaam en lellen onmiskenbaar. Het vrouwtje kan worden verward met andere grote, olijfgroene vruchteneters, maar is groter en zwaarder gebouwd, met een brede snavel en duidelijke strepen op de gele onderdelen.
Leefgebied
In het broedseizoen in vochtig bergbos en nevelwoud, waar de mannetjes op vaste, hoge zangposten roepen. Na het broedseizoen in heuvel-, voetheuvel- en laaglandbos aan de Caribische en de Pacifische kant, ook in bosranden en halfopen terrein met vruchtdragende bomen. Eet vooral vruchten, vaak van laurierachtigen, die hij in zijn geheel inslikt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Honduras, Nicaragua, Costa Rica en het westen van Panama. Komt buiten het gidsgebied niet voor. De vogels verplaatsen zich in de loop van het jaar tussen de bergen en lagere hoogten, deels over grote afstanden.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In het broedseizoen, ruwweg van maart tot juni, is het mannetje rond Monteverde in Costa Rica eerst te horen en daarna vaak op een hoge kale tak te zien.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar. Het bos op lagere hoogten waar de vogels buiten het broedseizoen verblijven, is grotendeels gekapt. De aantallen nemen af.
Wetenschappelijke naam
Procnias tricarunculatus | (Verreaux & Verreaux, 1853)
Verreaux & Verreaux beschreef de soort in 1853 als Casmarhynchus tricarunculatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Procnias werd in 1811 ingevoerd door Illiger. Procnias verwijst naar Procne uit de Griekse mythologie, die in een zwaluw werd veranderd. tricarunculatus is Latijn, van tri- 'drie' en caruncula 'vleeslelletje', naar de drie lange lellen aan de snavelbasis van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bocas del Toro, noordwestelijk Panama.




