Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Dwergduif

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Duiven en zandhoenders Columbimorphae

Dwergduif | Columbina minuta

Plain-breasted Ground Dove | Tórtola pecho liso

De dwergduif is een zeer kleine, effen gekleurde grondduif van grasland en savanne in het vochtige laagland, van het zuiden van Mexico tot Panama. Hij is onopvallender en plaatselijker dan de steenduif en de musduif, waarmee hij vaak verward wordt. Buiten het gidsgebied komt hij voor in grote delen van tropisch Zuid-Amerika.

Dwergduif (Columbina minuta)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange reeks zachte, korte, eentonige woep- of poe-oep-tonen, langdurig en in een gelijkmatig tempo herhaald. De vogel roept vaak vanuit een struik of laag in een boom, en is daardoor makkelijker te horen dan te zien.

Luister: ZangXC707610

Opname: Fernando Igor de Godoy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm, klein en compact, met een korte staart. Het mannetje heeft een blauwgrijze kruin en nek en een effen, ongeschubde, roze-grijze borst; rug en vleugels zijn grijsbruin. Het vrouwtje is egaler grijsbruin, met een lichtere buik. Beide hebben enkele violet- tot kastanjeglanzende vlekken op de vleugeldekveren, roodbruine handpennen en ondervleugel in de vlucht, en zwartachtige buitenste staartpennen met smalle witte punten. De snavel is grijs tot donker, zonder rood.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de steenduif Columbina talpacoti lijkt sterk, maar is iets groter, heeft zwarte (niet violetglanzende) vleugelvlekken en zwarte ondervleugeldekveren; het mannetje van de steenduif is kaneelrood. De musduif Columbina passerina heeft een geschubde borst en een roodachtige snavelbasis. Het vrouwtje van de blauwe grondduif Claravis pretiosa is groter, warmer bruin, met kastanjebruine vleugelbanden, en leeft in bosranden.

Leefgebied

Open grasland, savanne en pijnsavanne, weiland, akkerranden, wegbermen en grazige terreinen met verspreide struiken, ook kort grasland bij boerderijen en vliegvelden; vooral in het laagland, plaatselijk tot ongeveer 1200 m. Leeft alleen, in paartjes of kleine groepjes op de grond en zoekt er kleine zaden. Het nest is een klein schaaltje laag in een struik of in het gras.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In Mexico van het zuiden van Veracruz en Oaxaca via Tabasco en Chiapas tot het schiereiland Yucatán. Verder verspreid en plaatselijk in Belize, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama, vooral in de savannen aan de Caribische kant en in open laagland van Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied in grote delen van tropisch Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Belize en in de pijnsavannen van de Mosquitia in Honduras en Nicaragua is de kans het grootst. Elke kleine, effen gekleurde grondduif in vochtig grasland verdient een tweede blik: let bij opvliegende vogels op de kleur van de ondervleugel, die bij de dwergduif roodbruin en bij de steenduif zwart is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is in het gidsgebied plaatselijk vrij algemeen en profiteert van het openmaken van bos voor weiland.

Wetenschappelijke naam

Columbina minuta | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Columba minuta; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Columbina werd in 1825 ingevoerd door Spix. Columbina is Latijn voor 'duifje', een verkleinvorm van columba 'duif'. minuta is Latijn voor 'klein', naar het kleine formaat. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.