Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Dwergkoekoek

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Trappen, toerako's en koekoeken Otidimorphae

Dwergkoekoek | Coccycua pumila

Dwarf Cuckoo | Cuclillo enano

De dwergkoekoek is de kleinste koekoek van het gidsgebied, een vogel van open, struikrijk land in het noorden van Zuid-Amerika. In Panama is hij pas sinds het midden van de jaren 2010 waargenomen, op een handvol plaatsen in het oosten van het land. Waarschijnlijk breidt hij zich vanuit Colombia uit over het ontboste land.

Dwergkoekoek (Coccycua pumila)
Foto: Alejandro Bayer Tamayo from Armenia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks hoge, klagende fluittonen, prie-prie-prie, die iets in toonhoogte stijgen; daarnaast een droog, ratelend tsjr-r-r.

Luister: ZangXC946048

Opname: Cristian Rodas — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm; een kleine, slanke koekoek met een vrij lange staart. Kruin en bovendelen zijn egaal grijsbruin. Keel en bovenborst zijn warm roestbruin, de rest van de onderdelen vuilwit tot lichtgrijs. Het oog is rood, omringd door een rode naakte oogring; de snavel is kort, gebogen en zwart. De staart is grijsbruin met witte toppen aan de pennen. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met minder roestbruin op de keel.

Verwarrings­soorten

De kleine eekhoornkoekoek Coccycua minuta is groter en geheel roestbruin, ook op de bovendelen. De zwartsnavelkoekoek Coccyzus erythropthalmus, een doortrekker, heeft ook een donkere snavel en een rode oogring, maar is groter, met witte onderdelen zonder roestbruin. De mangrovekoekoek Coccyzus minor heeft een zwart oogmasker, een gele ondersnavel en grote witte staartvlekken.

Leefgebied

Open land met verspreide struiken en bomen, weiland, struweel langs rivieren, galerijbos en tuinen in het laagland. Foerageert in het loof van struiken en lage bomen op rupsen en andere insecten. Broedt zelf, in een klein nest van takjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen enkele waarnemingen in het oosten van Panama sinds ongeveer 2016, onder meer in het oosten van de provincie Panamá (bij Tortí) en in Darién (bij Yaviza en de Lagunas de Aruza). Buiten het gidsgebied in het noorden en midden van Colombia en in Venezuela.

Hoe en wanneer kijken

Het meest kans in open, ontbost weidegebied met struiken en bomen langs de Pan-Amerikaanse weg in het oosten van de provincie Panamá en in Darién. De soort zit vaak stil in een struik en valt pas op door de roep.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In Colombia en Venezuela vrij algemeen en waarschijnlijk geholpen door de ontbossing. In Panama zeldzaam; of er een vaste broedpopulatie is, is nog onduidelijk.

Wetenschappelijke naam

Coccycua pumila | (Strickland, 1852) (GBIF: Coccyzus pumilus)

Strickland beschreef de soort in 1852 als Coccyzus pumilus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Coccycua werd in 1830 ingevoerd door Lesson. Coccycua is een samentrekking van de geslachtsnamen Coccyzus (koekoek) en Coua (coua). pumila komt van Latijn pumilus 'dwerg, klein', naar het formaat: de kleinste koekoek van de regio. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Venezuela (oorspronkelijk abusievelijk Trinidad).