Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Eekhoornkoekoek

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Trappen, toerako's en koekoeken Otidimorphae

Eekhoornkoekoek | Piaya cayana

Common Squirrel Cuckoo | Cuclillo canela

De eekhoornkoekoek is een grote, roestbruine koekoek met een zeer lange staart, die als een eekhoorn door het bladerdak rent en springt. Het is een van de meest geziene koekoeken van het gidsgebied, van de Caribische helling van Mexico tot in Panama. Sinds de afsplitsing van de kaneelkoekoek van West-Mexico omvat de soort de vogels van de Golfhelling en van heel Midden-Amerika.

Eekhoornkoekoek (Piaya cayana)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, scherp kiep-wieoe of kjiek-kaaa, vaak in de vlucht of bij het neerstrijken. De zang is een lange reeks heldere, gelijke fluittonen, wiep wiep wiep wiep; daarnaast een droog, ratelend tsjik-tsjik-tsjik.

Luister: ZangXC1183478

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

43–48 cm, waarvan ongeveer twee derde staart. Kop, bovendelen en vleugels zijn helder roestbruin tot kaneelkleurig, de keel en de bovenborst lichter okerbruin. De onderborst is grijs en gaat over in een donkergrijze tot zwartachtige buik en onderstaartdekveren. De lange, getrapte staart is van boven roestbruin; van onder is hij zwart, met brede witte toppen aan de pennen, wat een ladderpatroon geeft. De snavel is groengeel, het oog rood met een groengele naakte oogring. De seksen zijn gelijk. In het grootste deel van het gidsgebied leeft de ondersoort P. c. thermophila; in het oosten van Panama P. c. nigricrissa, met een nog donkerder buik.

Verwarrings­soorten

De kaneelkoekoek Piaya mexicana van de Pacifische helling van Mexico is lichter en helderder roestbruin, met een bleke keel, een lichtgrijze buik en een onderkant van de staart die roestbruin is met een zwarte band en een witte top; de oogring is groengrijs. De kleine eekhoornkoekoek Coccycua minuta van het oosten van Panama is veel kleiner, met een kortere staart en een rode oogring. De fazantkoekoek Dromococcyx phasianellus is bruin en gevlekt, met een kuif en een waaierachtige staart.

Leefgebied

Vochtig en halfvochtig laaglandbos, heuvelbos en seizoensbos, vooral de bosranden, open plekken, galerijbos en secundair bos; ook schaduwkoffie, cacao en tuinen met grote bomen, van zeeniveau tot ongeveer 2000 m. Rent en springt langs takken en lianen en vangt vooral grote rupsen, ook harige, en verder cicaden, sprinkhanen, spinnen en af en toe kleine hagedissen. Glijdt met gespreide staart van boom naar boom. Broedt zelf, in een nest van bladeren en takjes in dichte begroeiing.

Verspreiding en trek

In Mexico op de Golfhelling van het zuiden van Tamaulipas en San Luis Potosí via Veracruz, Puebla, Oaxaca en Tabasco naar het schiereiland Yucatán en Chiapas, ten zuiden van de landengte van Tehuantepec ook op de Pacifische helling. Verder zuidelijk in heel Guatemala, Belize, Honduras, El Salvador, Nicaragua, Costa Rica en Panama, op beide hellingen. Buiten het gidsgebied in Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië en Uruguay.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Overal in bosranden en bosrijke tuinen; vaak in gemengde groepen van andere vogels die door het bladerdak trekken. De lange staart en het roestbruin vallen in de vlucht direct op. Het luide kiep-wieoe verraadt hem vaak.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen en wijdverbreid; de soort kan goed overweg met versnipperd bos, bosranden en agroforestry.

Wetenschappelijke naam

Piaya cayana | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Cuculus cayanus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Piaya werd in 1830 ingevoerd door Lesson. Piaya komt van Piaye, 'duivel(svogel)', de Creoolse naam in Cayenne voor de eekhoornkoekoek, die als onheilsvogel gold. cayana verwijst naar Cayenne in Frans-Guyana, de herkomst van het typeexemplaar. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.